ECLI:NL:RBDHA:2025:342

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2025
Publicatiedatum
14 januari 2025
Zaaknummer
NL24.28604 V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:69 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vw
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep niet tijdig beslissen asielaanvraag ongegrond verklaard

Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 2 oktober 2024 waarin zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.

De rechtbank beoordeelt in verzet alleen of er redelijke twijfel bestaat over het eerdere oordeel. Opposant stelt dat de prematuurheid het gevolg is van foutieve informatieverstrekking door verweerder via een online portaal en tijdens het aanmeldgehoor, waarbij een eerdere beslistermijn werd genoemd.

De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn door een verlenging op grond van de WBV 2023/2 is verschoven naar 3 juli 2024, waardoor de ingebrekestelling van 2 juli 2024 te vroeg was. De bestuursrechter moet zelfstandig toetsen of de ingebrekestelling rechtsgeldig is, ongeacht de informatie van verweerder.

De rechtbank ziet geen redelijke twijfel over haar eerdere oordeel en verklaart het verzet ongegrond. De eerdere uitspraak blijft in stand en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.28604 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[opposant], opposant, [1]
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. Ö. Saraç).

Inleiding

Bij uitspraak van 2 oktober 2024 [2] (de aangevallen uitspraak) heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb [3] beslist op het beroep van opposant tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.
Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep van opposant niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend.
2. Artikel 8:54 van Pro de Awb biedt de mogelijkheid tot vereenvoudigde afdoening als het eindoordeel in de zaak buiten redelijke twijfel staat. In verzet beoordeelt de rechtbank alleen of er redelijke twijfel mogelijk was over het oordeel in de aangevallen uitspraak. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank pas toe als het verzet gegrond is.
3. Opposant erkent dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend, maar voert aan dat dit het gevolg is van foutieve informatieverstrekking door verweerder. Uit het online portaal van verweerder volgt dat volgens verweerder de beslistermijn op 1 juli 2024 is verlopen. Daar komt bij dat in het aanmeldgehoor aan opposant is medegedeeld dat hij het besluit op zijn asielaanvraag uiterlijk 1 juli 2024 kon verwachten. Gelet daarop beroept opposant beroept zich op het vertrouwensbeginsel. In dit kader verwijst hij naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 11 maart 2024. [4]
4. Opposant heeft op 3 april 2023 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van opposant op 3 oktober 2023 eindigen. Verweerder heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2023/2 [5] de beslistermijn verlengd met negen maanden, waardoor deze voor opposant pas op 3 juli 2024 is geëindigd. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 19 april 2024 [6] geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2023/3 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. [7] De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Deze verlenging is daarom rechtsgeldig. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling van 2 juli 2024 te vroeg is ingediend.
5. Dat verweerder in het portaal en tijdens het aanmeldgehoor heeft gesteld dat de beslistermijn op 1 juli 2024 is verstreken maakt het vorenstaande niet anders. De bestuursrechter dient namelijk zelfstandig te beoordelen of het beroep ontvankelijk is. Dit volgt uit artikel 8:69 van Pro de Awb. Bij beroepen niet tijdig beslissen geldt het bijzondere ontvankelijkheidsvereiste dat twee weken moeten zijn verstreken sinds het bestuursorgaan dat in verzuim verkeert in gebreke is gesteld. Dit volgt uit artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Dit maakt dat de bestuursrechter zelfstandig dient te beoordelen of een ingebrekestelling rechtsgeldig is. De door opposant aangehaalde jurisprudentie biedt daarom ook geen ondersteuning voor het standpunt dat de rechtbank in voorliggende zaak anders moet oordelen. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van opposant is dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Over dat oordeel is geen redelijke twijfel mogelijk.
6. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak in stand blijft.
Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 13 januari 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.
3.Algemene wet bestuursrecht.
5.Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235.
7.Vreemdelingenwet 2000.