Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 2 oktober 2024 waarin zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.
De rechtbank beoordeelt in verzet alleen of er redelijke twijfel bestaat over het eerdere oordeel. Opposant stelt dat de prematuurheid het gevolg is van foutieve informatieverstrekking door verweerder via een online portaal en tijdens het aanmeldgehoor, waarbij een eerdere beslistermijn werd genoemd.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn door een verlenging op grond van de WBV 2023/2 is verschoven naar 3 juli 2024, waardoor de ingebrekestelling van 2 juli 2024 te vroeg was. De bestuursrechter moet zelfstandig toetsen of de ingebrekestelling rechtsgeldig is, ongeacht de informatie van verweerder.
De rechtbank ziet geen redelijke twijfel over haar eerdere oordeel en verklaart het verzet ongegrond. De eerdere uitspraak blijft in stand en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring blijft gehandhaafd.