ECLI:NL:RBDHA:2025:3177
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking verblijfsrecht EU wegens niet voldoen aan arbeidsvoorwaarden
Eiseres, een Tsjechische staatsburger, werd door de minister van Asiel en Migratie het verblijfsrecht in Nederland ontzegd omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De minister stelde dat eiseres geen reële en daadwerkelijke arbeid verrichtte, geen reële kans op werk had als werkzoekende en niet onvrijwillig werkloos was. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht aannam dat het inkomen van € 1,- per dag onvoldoende was voor reële arbeid en dat eiseres geen bewijs leverde van een reële kans op werk of onvrijwillige werkloosheid.
De rechtbank stelde echter vast dat de minister ten onrechte de verplichting oplegde aan eiseres om zich naar Tsjechië te begeven, omdat dit niet strookte met artikel 30 van Pro de Verblijfsrichtlijn. Dit motiveringsgebrek was dermate fundamenteel dat het niet met artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd. Verder oordeelde de rechtbank dat de minister aan zijn informatieplicht had voldaan en dat de belangenafweging voldoende was gemotiveerd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het besluit de terugkeerplicht naar Tsjechië betrof en vernietigde dat onderdeel. Voor het overige werd het besluit in stand gelaten. De minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het besluit wordt vernietigd voor zover eiseres zich naar Tsjechië moet begeven, het overige besluit blijft in stand.