ECLI:NL:RBDHA:2025:3118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor eiseres en hun kinderen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank behandelt de zaak zonder zitting en wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling toe.
De aanvraag is ingediend op 8 mei 2024 en verweerder had uiterlijk op 6 november 2024 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eisers stelden verweerder op 12 november 2024 rechtsgeldig in gebreke en dienden op 27 november 2024 het beroep in, dat tijdig is. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank legt op grond van de Awb een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen verweerder moet beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €453,50 aan eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en proceskosten.