Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, diende op 7 oktober 2024 een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 22 oktober 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de zitting op 23 januari 2025 verschenen eiser en zijn gemachtigde niet, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De rechtbank nam kennis van het feit dat eiser met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten en dat de gemachtigde van eiser sinds de opheffing van de maatregel van bewaring op 8 oktober 2024 geen contact meer heeft met eiser. Op grond van vaste jurisprudentie concludeerde de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J. Schouw op 27 februari 2025 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.