Eiser heeft op 4 oktober 2022 zijn asielwens kenbaar gemaakt bij het Aanmeldcentrum in Ter Apel, zoals blijkt uit de loopbrief. De minister had de ingangsdatum van de verblijfsvergunning vastgesteld op 13 oktober 2022, wat eiser betwistte. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren en ook eiser kon reageren op de minister.
De rechtbank oordeelt dat de asielaanvraag volgens de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als ontvangen geldt op het moment dat de vreemdeling persoonlijk zijn asielwens bij de autoriteiten kenbaar maakt. Dit moment is in deze zaak 4 oktober 2022, de datum van de loopbrief. De minister heeft dit standpunt onderschreven.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit voor zover het de ingangsdatum betreft. De rechtbank stelt zelf de ingangsdatum van de verblijfsvergunning vast op 4 oktober 2022 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten van €907,- aan eiser.