ECLI:NL:RBDHA:2025:2827
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag in Dublinprocedure
Eiseres diende op 9 juli 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De minister verzocht Frankrijk om de overname van de aanvraag, wat op 15 november 2023 werd geaccepteerd. De minister besloot op 26 januari 2024 de aanvraag niet in behandeling te nemen, waarna eiseres beroep instelde. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit binnen zes weken, wat niet werd nageleefd.
De rechtbank stelde vast dat de minister per 16 mei 2024 verantwoordelijk werd voor de aanvraag, met een beslistermijn tot 16 november 2024. Echter, sinds 27 januari 2023 is het WBV 2023/3 van kracht, dat beslistermijnen voor asielaanvragen van 2023 met negen maanden verlengt.
Eiseres betwistte de geldigheid van deze verlenging en stelde dat de ingebrekestelling niet prematuur was. De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat de verlenging terecht was toegepast. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en voldeed het beroep niet aan de ontvankelijkheidseisen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 21 februari 2025 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.