Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 18 oktober 2023, waarna de minister de uiterste beslistermijn van 21 maanden overschreed. Eiser stelde de minister op 1 november 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in, dat gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Daarbij wordt rekening gehouden met het belang van een snelle en zorgvuldige besluitvorming, mede omdat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
De rechtbank kan de hoogte van reeds verbeurde dwangsommen niet vaststellen vanwege gewijzigde wetgeving per 15 april 2025. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 19 december 2025.