Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de minister was opgedragen binnen zestien weken te beslissen. Omdat de minister deze termijn niet heeft gehaald en ook na ingebrekestelling geen besluit heeft genomen, is het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn van zes weken vast, waarbij rekening is gehouden met het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en benadrukt het belang van tijdige besluitvorming in asielzaken. Eiser krijgt hiermee gelijk en de minister wordt verplicht binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen, onder dreiging van financiële sancties.