Uitspraak
Beschikking op het op 27 september 2023 ingekomen verzoek van:
beschikking op het op 5 januari 2024 ingekomen verzoek van:
1 oktober 2025 de akte van erkenning aan de rechtbank dient te doen toekomen;
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde verzoeken van ouders over gezag en contactregeling van vijf minderjarige kinderen. De moeder verzocht om eenhoofdig gezag over de oudste minderjarige, terwijl de vader een uitgebreide contactregeling wilde.
De Raad voor de Kinderbescherming bracht een rapport uit waarin werd vastgesteld dat de ouders onvoldoende in staat zijn om gezamenlijk afspraken te maken, met grote spanningen en mogelijke loyaliteitsconflicten voor de kinderen. De Raad adviseerde een omgangsregeling met wekelijkse contactmomenten en een belmoment, zonder overnachtingen.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de kinderen gediend is met voortzetting van de omgang op zondag van 11.00 tot 16.00 uur bij de vader of op een openbare locatie. Voor de oudste minderjarige, die geen contact wenst, wordt geen vaste omgangsregeling opgelegd. Het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag over deze minderjarige wordt toegewezen, gelet op de feitelijke situatie en het belang van het kind.
Een nieuw verzoek tot kinderalimentatie werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan wijziging van omstandigheden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wijst overige verzoeken af.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt het gezag over de oudste minderjarige naar eenhoofdig gezag voor de moeder en bepaalt een contactregeling waarbij de kinderen wekelijks op zondag bij de vader zijn.