ECLI:NL:RBDHA:2025:27299

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/654637 / FA RK 23-7129
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek hoofdverblijfplaats vader en eenhoofdig gezag moeder; aanhouding zorgregeling

De rechtbank Den Haag behandelde op 30 december 2025 een verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij hem vast te stellen en een verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag te verkrijgen. De Raad voor de Kinderbescherming had aanvullend onderzoek verricht en een rapport uitgebracht waarin werd geconcludeerd dat de kinderen sinds twee jaar geen contact hebben met hun vader en dat herstel van contact onder begeleiding noodzakelijk is.

De Raad constateerde dat de ouders niet communiceren en geen hulpverleningstraject zijn gestart, wat het contactherstel belemmert. De kinderen hebben traumatische ervaringen verwerkt en vertonen schoolproblemen en gameverslaving. De Raad adviseerde een zorgregeling met begeleide omgangsmomenten en dat ouders zich aanmelden bij een hulpverlener om het contact in kleine stappen op te bouwen.

De rechtbank sluit zich aan bij het advies van de Raad en wijst het verzoek van de vader af omdat de huidige situatie geen hoofdverblijfplaatswijziging rechtvaardigt. Ook wijst de rechtbank het verzoek van de moeder af om eenhoofdig gezag te verkrijgen, omdat het in het belang van de kinderen is dat de vader het gezag behoudt. De beslissing over de zorgregeling wordt aangehouden tot 1 maart 2026 om te beoordelen of ouders het hulpverleningstraject zijn gestart.

Uitkomst: Verzoeken vader en moeder worden afgewezen; zorgregeling wordt aangehouden voor begeleiding contactherstel.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 23-7129
Zaaknummer: C/09/654637
Datum beschikking: 30 december 2025

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 25 september 2023 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E. Kokabas-Güler te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Kahya-Ekinci te Delft.

Procedure

Bij beschikking van deze rechtbank van 3 december 2024 is de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) verzocht om aanvullend onderzoek te verrichten.
Iedere verdere beslissing over de hoofdverblijfplaats en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken is aangehouden. Tevens is nog geen beslissing genomen op het verzoek van de moeder omtrent het eenhoofdig gezag.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
 de brief van 17 juli 2025 van de zijde van de Raad, met als bijlage het rapport van 14 juli 2025 met kenmerk SK-1-61MMYWU.
De minderjarige [minderjarige 1] heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek. De brief van [minderjarige 1] is na de zitting ontvangen en heeft de rechtbank daarom niet met de ouders kunnen bespreken. De inhoud van de brief leidt niet tot andere inzichten dan uit het raadsonderzoek en dat wat op de zitting is besproken, is gebleken.
Op 2 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
 de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk mevrouw Karpinska;
 de advocaat van de moeder;
 [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Beoordeling

Hoofdverblijfplaats
De vader heeft verzocht de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen, nu dit niet bij de huidige situatie past. De kinderen hebben immers geen contact met de vader en een belangrijke eerste stap is nu om dit contact met behulp van hulpverlening te herstellen, zoals uit het onderstaande zal blijken.
Zorgregeling
Raadsrapport
Bij tussenbeschikking van 3 december 2024 is de Raad verzocht om aanvullend onderzoek te doen. In zijn raadsrapport brengt de Raad het volgende naar voren. Sinds het laatste raadsonderzoek van 21 mei 2024 is er weinig veranderd als het gaat om het aangaan van hulpverlening, voorbereidend op contactherstel tussen de kinderen en de vader. De kinderen staan nog op de wachtlijst voor het traject ‘slapende honden’. Het wordt de Raad niet duidelijk wat precies de reden is van het nog ontbreken van dit hulpverleningstraject, maar wel kan worden geconcludeerd dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] sinds december 2024 geen hulp hebben ontvangen waarbij gesproken is over de vader. [minderjarige 1] geeft aan dat hij gewend is aan het niet hebben van contact met de vader en de kinderen hebben vooral vervelende herinneringen. Zij hebben niet echt behoefte aan contact, alhoewel [minderjarige 2] niet weet of hij contact wil. De spanningen lijken wel afgenomen bij de jongens. [instelling 1] benoemt dat de jongens gedurende het tot november 2025 bij [instelling 1] gevolgde traject hebben gewerkt aan het verwerken van traumatische ervaringen en het verbeteren van hun emotionele regulatie.
In de situatie tussen de ouders is niets veranderd. Zij communiceren niet met elkaar. Zij hebben zich niet aangemeld voor een hulpverleningstraject bij [instelling 2] . De moeder wachtte op de vader, de vader wenst verwijzing naar een andere aanbieder in verband met de lange wachttijden en [instelling 2] geeft aan dat de verwijzing vanuit de rechtbank moet komen. Doordat de hulp niet start, blijft het wantrouwen in elkaar bestaan. De ouders blijven elkaar verwijten maken. Zij hebben de hulpverlening nodig om met elkaar te kunnen gaan communiceren. De moeder is bovendien nog angstig. De Raad vindt het kwalijk dat zij geen hulp voor zichzelf is aangegaan, zoals door de rechter is aangegeven. Haar angsten kunnen het contactherstel tussen de vader en de kinderen in de weg blijven staan. De vader heeft wel gesproken met een psycholoog, maar de psycholoog geeft aan dat dit maar kort heeft geduurd. Hij heeft bovendien aangegeven dat hij zichzelf niet agressief vond, waardoor de Raad de indruk heeft dat de vader een andere kijk heeft op ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden. De Raad vraagt zich af of de hulp voldoende is geweest. Positief is wel dat de vader heeft aangegeven dat hij opnieuw hulp heeft gezocht.
De kinderen hebben inmiddels al twee jaar lang geen contact met hun vader. Hoe langer het duurt, hoe moeilijker het wordt voor de kinderen om weer contact te hebben met hun vader. De Raad heeft daarnaast zorgen over de ontwikkeling van de kinderen. De kinderen lopen achter op school en staan er slecht voor. Het niet mee kunnen komen heeft mogelijk te maken met de vele schoolwisselingen in het verleden. Mogelijk kunnen ook de ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden de reden zijn van zorgen over de ontwikkeling, maar dat kan de Raad niet met zekerheid vaststellen. De jongens hebben een gameverslaving, hetgeen met de moeder is besproken, maar het is volgens de school lastig voor de moeder om dit te begrenzen.
De Raad ziet een positieve verandering als het gaat om de draagkracht van de jongens, zodat de Raad geen contra-indicaties ziet voor contactherstel tussen de vader en de kinderen. Er dient daarnaast aan een aantal doelen gewerkt te worden:
 [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben prettig contact met hun vader. Middels inzet van [hulpverlener] en middels begeleiding vanuit een jeugdregisseur van de gemeente Gouda worden de contacten tussen [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en de vader begeleid opgestart. Gedurende dit traject wordt bezien of aanvullende hulp voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] nodig is, zoals een KIES-training of eventueel aanvullende hulpverlening. Het is daarbij goed dat de vader via zijn psycholoog of de jeugdregisseur de psycho-educatie ontvangt, zodat hij leert om te gaan met de kinderen na wat zij in het verleden hebben meegemaakt.
 [minderjarige 2] en [minderjarige 1] presteren voldoende op school. Middels de observaties op school wordt bezien wat zij nodig hebben en wat er vanuit school/hulpverlening ingezet dient te worden.
 [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voelen de ruimte om een genuanceerd beeld te vormen van hun ouders. Hierbij kan de geadviseerde (trauma)behandeling voor de moeder een positief effect hebben. Voor de kinderen kan het helpen als zij met een neutrale partij kunnen praten over hoe zij de situatie met hun ouders beleven.
 [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben ouders die met elkaar kunnen afstemmen over de kinderen. De Raad vindt het nog steeds noodzakelijk dat de ouders Parallel solo ouderschap gaan volgen. Indien dit niet via [instelling 2] kan, dan dient een andere aanbieder dit op te pakken. Het is tevens van belang dat de vader wordt geïnformeerd over hoe het met de kinderen gaat, bijvoorbeeld als het gaat om de schoolresultaten.
 [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben een moeder die nare herinneringen een plek heeft kunnen geven. De moeder dient begeleid te worden door de jeugdregisseur, die kan bezien welke psychologische hulp aansluit bij haar mogelijkheden.
Advies
De Raad acht het in het belang van de kinderen dat er een zorgregeling komt. Kinderen hebben recht op contact met beide ouders, tenzij hier grote bezwaren tegen bestaan gelet op de veiligheid van het kind. Middels inzet van [instelling 1] zijn de eerdere spanningsklachten en trauma gerelateerde klachten bij de jongens afgenomen. De zorgregeling dient in kleine stappen opgebouwd te worden, omdat de kinderen hun vader al lang niet hebben gezien en de moeder nog veel angsten heeft richting de vader. Als de eerste stappen goed verlopen, zal dit ook bijdragen aan het krijgen van onderling vertrouwen tussen de ouders. De Raad denkt aan een opbouw, waarbij er eerst begeleide omgangsmomenten plaatsvinden om vervolgens uit te bouwen naar deels begeleide en deels onbegeleide momenten. Het belang en tempo van beide jongens dient leidend te zijn bij de opbouw. Met behulp van het traject [hulpverlener] wordt de zorgregeling opgebouwd. De hulpverlener kan ouders begeleiden om afspraken te maken over de verdere invulling. Het is belangrijk dat de vader zich aan de afspraken houdt en een voorspelbare en betrouwbare ouder is, terwijl het van belang is dat de moeder emotionele toestemming geeft aan de kinderen om contact te hebben met de vader.
Overweging rechtbank
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is het eens met en sluit zich aan bij het advies van de Raad, namelijk dat het van belang is dat de ouders zich aanmelden bij [hulpverlener] , zodat het contact tussen de vader en de kinderen onder begeleiding en in een voor de jongens haalbaar tempo kan worden opgestart. Op de zitting is echter gebleken dat de ouders zich nog niet hebben aangemeld en dat zij via de jeugdconsulent van de gemeente Gouda niet verder zijn gekomen. Het traject maakt echter geen onderdeel uit van het uniform hulpaanbod en de rechtbank is geen verwijzer in de zin van de Jeugdwet, zodat de rechtbank niet kan doorverwijzen naar [hulpverlener] . De jeugdconsulent is wel formeel verwijzer, zodat via hem een verwijzing kan worden aangevraagd. De rechtbank verwacht van de ouders dat zij contact zullen opnemen met de jeugdconsulent en dat zij beiden zullen instemmen met de aanmelding bij [hulpverlener] , met als hulpvraag begeleiding bij het herstel van het contact tussen de vader en de kinderen. Daarbij dienen de ouders alle aanwijzingen van de hulpverlening op te volgen. Van belang is dat zij de afspraken nakomen en bij afspraken verschijnen. Op de zitting is besproken dat de ouders dit zullen doen.
Op de zitting is namens de moeder nog naar voren gebracht dat zij aan het contactherstel graag de voorwaarde zou willen verbinden dat de vader nog steeds hulp krijgt. De vader heeft daarop op de zitting toegelicht dat hij tot op heden onder begeleiding is geweest van een psycholoog en ook meerdere psychologen heeft gehad. Het traject is nu afgerond. De rechtbank ziet op dit moment geen aanleiding om de door de moeder gewenste voorwaarde aan de omgang te verbinden, nu de vader onder begeleiding van een psycholoog is geweest. Wel verlangt de rechtbank van de vader dat hij hulpverlening aangaat, indien hij merkt dat het opnieuw nodig is. De vader zal bovendien binnen het traject bij [hulpverlener] ook hulpverlening ontvangen.
Van [hulpverlener] wordt verwacht dat zij bekijkt wat in het belang van de kinderen is qua opbouw, frequentie en duur van de omgangsmomenten. Om er zeker van te zijn dat de ouders en de kinderen de noodzakelijke begeleiding zullen ontvangen, zal de rechtbank de beslissing op het verzoek omtrent de zorgregeling nog voor twee maanden aanhouden. De ouders dienen dan aan de rechtbank laten weten of de aanmelding bij [hulpverlener] is gelukt en of zij zijn gestart met het traject. Na ontvangst van deze bevestiging zal de rechtbank een eindbeschikking wijzen.
Gezag
De moeder heeft nog verzocht haar met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten. De vader verweert zich hier tegen. De rechtbank heeft eerder in deze beschikking overwogen dat het van belang is dat de ouders samen een hulpverleningstraject aangaan om het contact tussen de vader en de kinderen te herstellen. Van belang is dat de hulpverlening die hierbij betrokken raakt de informatie met beide ouders kan bespreken. Op dit moment is het gezag bovendien de enige lijn die de vader met de kinderen heeft. De rechtbank acht het daarom in het belang van de kinderen dat de vader ook het gezag behoudt. Het verzoek van de moeder zal dan ook worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling aan tot pro forma
1 maart 2026;
*
wijst het verzoek van de vader ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en het verzoek van de moeder ten aanzien van het gezag af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Meijer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 december 2025.