Uitspraak
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 25 september 2023 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
Beoordeling
Beslissing
1 maart 2026;
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 30 december 2025 een verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij hem vast te stellen en een verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag te verkrijgen. De Raad voor de Kinderbescherming had aanvullend onderzoek verricht en een rapport uitgebracht waarin werd geconcludeerd dat de kinderen sinds twee jaar geen contact hebben met hun vader en dat herstel van contact onder begeleiding noodzakelijk is.
De Raad constateerde dat de ouders niet communiceren en geen hulpverleningstraject zijn gestart, wat het contactherstel belemmert. De kinderen hebben traumatische ervaringen verwerkt en vertonen schoolproblemen en gameverslaving. De Raad adviseerde een zorgregeling met begeleide omgangsmomenten en dat ouders zich aanmelden bij een hulpverlener om het contact in kleine stappen op te bouwen.
De rechtbank sluit zich aan bij het advies van de Raad en wijst het verzoek van de vader af omdat de huidige situatie geen hoofdverblijfplaatswijziging rechtvaardigt. Ook wijst de rechtbank het verzoek van de moeder af om eenhoofdig gezag te verkrijgen, omdat het in het belang van de kinderen is dat de vader het gezag behoudt. De beslissing over de zorgregeling wordt aangehouden tot 1 maart 2026 om te beoordelen of ouders het hulpverleningstraject zijn gestart.
Uitkomst: Verzoeken vader en moeder worden afgewezen; zorgregeling wordt aangehouden voor begeleiding contactherstel.