ECLI:NL:RBDHA:2025:27157

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
SGR AWB 25/2799 en 25/2806
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WsgArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen toekenning tegemoetkoming letselcategorie 2 door Schadefonds Geweldsmisdrijven

Eiseres 1 en haar dochter, eiseres 2, hebben beroep ingesteld tegen de besluiten van de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven waarin aan beiden een tegemoetkoming op grond van letselcategorie 2 werd toegekend. Eiseres 1 stelde dat zij recht had op letselcategorie 3 vanwege ernstiger geweld, stalking en bedreigingen, terwijl eiseres 2 stelde dat zij als waarnemer en direct slachtoffer van huiselijk geweld ook recht had op een hogere categorie.

De rechtbank heeft het onderzoek schriftelijk verricht en het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de Beleidsbundel en Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven toe te passen en dat de toekenning van letselcategorie 2 passend was. Voor eiseres 1 was stalking met fysiek geweld passend bij categorie 2 en de aanwezigheid van een aware-button maakte dit niet anders. Voor eiseres 2 was de waarneming van stelselmatig huiselijk geweld door een minderjarige eveneens passend bij categorie 2.

De rechtbank erkende het verdriet en de pijn van eiseressen, maar stelde dat erkenning niet afhankelijk is van een hogere vergoeding. De beroepsgronden faalden en de rechtbank wees het beroep af. Eiseressen krijgen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter B. van Dokkum op 26 november 2025.

Uitkomst: Het beroep tegen de toekenning van een tegemoetkoming op grond van letselcategorie 2 is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: SGR AWB 25/2799 en 25/2806

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 november 2025 in de zaken tussen

[eiseres 1], uit [woonplaats], eiseres 1

[eiseres 2], uit [woonplaats], eiseres 2
hierna tezamen: eiseressen
(gemachtigde: mr. P. van Baaren)
en

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven Den Haag, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseressen tegen de hoogte van een tegemoetkoming.
1.1.
Verweerder heeft bij afzonderlijke besluiten een tegemoetkoming toegekend aan beide eiseressen. Met de bestreden besluiten van 3 april 2025 is verweerder bij die besluiten gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft met instemming van beide partijen bepaald dat de zaken niet op zitting worden behandeld en het onderzoek op 10 oktober 2025 gesloten. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaan deze zaken over?
2. Eiseres 1 heeft op 27 mei 2024 een aanvraag gedaan voor een tegemoetkoming. Zij heeft hierbij aangegeven dat zij slachtoffer is geweest van mishandelingen en bedreigingen met geweld door haar ex-partner. Eiseres 1 heeft op 23 december 2024 een aanvraag gedaan voor eiseres 2 (haar dochter) voor een tegemoetkoming. Zij geeft hierbij aan dat zij waarnemer was van huiselijk geweld. In de primaire besluiten is aan eiseressen beiden een tegemoetkoming van € 2.500,- op grond van letselcategorie 2 toegekend. Eiseressen hebben in de bezwaarfase gevraagd om een tegemoetkoming op grond van letselcategorie 3. Eiseres 1 omdat het gaat om ernstiger geweld dan standaard huiselijk geweld en eiseres 2 omdat zij niet alleen het geweld waargenomen heeft maar hier rechtstreeks slachtoffer van is. Verweerder heeft dit in de bestreden besluiten niet toegewezen en stelt dat een tegemoetkoming uit letselcategorie 2 passend is voor eiseressen.
Wat vinden eiseressen in beroep?
3. Eiseressen zijn het niet eens met het bestreden besluit en hebben daarvoor de volgende argumenten. Eiseres 1 stelt dat het niet alleen gaat om huiselijk geweld, maar ook om opvolgende stalking en een serieuze bedreiging. Zij heeft niet voor niks een
aware-button gekregen. Volgens eiseres 1 valt zij in letselcategorie 3. Eiseres 2 stelt dat zij langdurig is blootgesteld aan huiselijk geweld, wat tegen haar rechtsreeks psychisch geweld oplevert. Volgens haar is het onduidelijk waarom dit niet tot letselcategorie 3 leidt.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank beoordeelt of verweerder mocht blijven bij het standpunt dat een tegemoetkoming op grond van letselcategorie 2 passend is. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseressen. De rechtbank geeft eiseressen geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
5. Verweerder heeft bij het nemen van beslissingen op verzoeken om een uitkering als bedoeld in artikel 3 van Pro de Wsg beslissingsruimte. [2] Bij het beoordelen van een aanvraag uit het schadefonds hanteert verweerder beleid dat is neergelegd in de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven en de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de Letsellijst).
5.1.
De rechtbank overweegt allereerst dat niet in geschil is dat verweerder de Beleidsbundel en de Letsellijst mocht toepassen voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen uitkering uit het schadefonds.
5.2.
Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder een tegemoetkoming als bedoeld in letselcategorie 2 heeft mogen toekennen aan eiseressen en dus geen tegemoetkoming uit een hogere letselcategorie had moeten toekennen.
5.3.
Voor eiseres 1 is daarbij van belang dat belaging (stalking), waarbij sprake is van stelselmatig fysiek geweld of bedreigingen met geweld passend is voor letselcategorie 2. Het standpunt van eiseres 1 dat zij een aware-button heeft gekregen en dat er daarmee sprake is van een zeer ernstige bedreiging maakt, wat daarvan ook moge zijn, maakt op grond van de Letsellijst niet dat een tegemoetkoming uit letselcategorie 3 meer passend is. Daarbij mocht verweerder betrekken dat geen sprake is van een zeer lange duur of zodanig hoge frequentie van geweld dat uit moet worden gegaan van letselcategorie 3 of hoger.
5.4.
Wat betreft eiseres 2 overweegt de rechtbank dat expliciet uit de Letsellijst volgt dat onder letselcategorie 2 ook valt de waarneming door een minderjarige van stelselmatig huiselijk geweld. Verweerder mocht dan ook vinden dat letselcategorie 2 in dit geval passend is. Ook wanneer uit zou moeten worden gegaan van rechtstreeks geweld, hoefde dit verweerder, gelet ook op hetgeen hiervoor over haar moeder is overwogen, niet tot een hogere letselcategorie te leiden.
5.5.
De rechtbank begrijpt dat eiseressen erkenning zoeken voor de pijn en het verdriet dat hen is aangedaan. Uit de besluitvorming blijkt dat verweerder die pijn en dat verdriet heeft gezien en erkend. Die erkenning is ook te vinden in het feit dat er een vergoeding is toegekend en is niet zonder meer afhankelijk van de hoogte van die vergoeding. Zoals verweerder ook benoemd heeft, kan een tegemoetkoming de pijn en het verdriet niet wegnemen, ook niet wanneer deze hoger zou zijn.
5.6.
De beroepsgronden van eiseressen slagen niet.

Conclusie en gevolgen

6. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder bij het primaire besluit mocht blijven en aan eiseressen geen tegemoetkoming uit een hogere letselcategorie had hoeven geven. Daarmee is het beroep ongegrond. Eiseressen krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Zie onder meer uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 16 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1723.