Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2025 in de zaak tussen
[verzoeker], uit [land], verzoeker
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- het onvermogen om de huur van zijn appartement te betalen;
- reputatieschade in [land];
- gedwongen moeten lenen van geld;
- kosten van aangetekende verzending van brieven en andere correspondentie.
3.1. In het verweerschrift geeft verweerder aan dat verzoeker recht heeft op een schadevergoeding van € 108,43 aan wettelijke rente. Verweerder vindt dat het verzoek om schadevergoeding voor het overige moet worden afgewezen.
Conclusie en gevolgen8.De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding deels toch toe, omdat verweerder verzoeker wel in aanmerking heeft gebracht voor wettelijke rente van€ 108,43. Het verzoek wordt voor het overige afgewezen. Verzoeker krijgt voor het overige ongelijk. Hij krijgt daarom het griffierecht terug van € 53,-. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding, omdat verzoeker zich niet heeft laten bijstaan door een professionele rechtsbijstandverlener.
Beslissing
- wijst het verzoek voor het overige af;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 53,- aan verzoeker moet vergoeden.
mr.J.R. van Veen, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op