ECLI:NL:RBDHA:2025:27088
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens termijnoverschrijding
Eiser kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zijn auto op 5 januari 2025 zonder geldige vergunning of betaling geparkeerd stond op een locatie in Delft waar dat verplicht was. Eiser maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank behandelde de ontvankelijkheid van het beroep. De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift was zes weken na de dagtekening en verzending van de uitspraak op bezwaar, die op 13 februari 2025 plaatsvond. Het beroepschrift werd echter pas op 1 april 2025 ontvangen, wat te laat was.
Eiser voerde aan dat hij door opname op de intensive care en een langdurig revalidatietraject niet tijdig kon reageren. De rechtbank oordeelde echter dat dit onvoldoende was om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, mede omdat eiser wel tijdig bezwaar had ingediend kort na ontslag uit het ziekenhuis.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ging niet inhoudelijk op de zaak in. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C.H.M. Lips op 10 december 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.