ECLI:NL:RBDHA:2025:26979
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Invordering van een last onder dwangsom en de rechtsmiddelen
Deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreft de invordering van een last onder dwangsom die aan eiser is opgelegd vanwege het niet voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Eiser, lid van de Vereniging van Eigenaars van een pand, heeft geen rechtsmiddelen aangewend tegen de last onder dwangsom, waardoor deze onherroepelijk is geworden. De rechtbank behandelt de invorderingsbeschikking en oordeelt dat een belanghebbende in beginsel geen gronden kan aanvoeren die eerder tegen de last onder dwangsom zijn ingebracht, tenzij er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Eiser heeft aangevoerd dat er werkzaamheden zijn verricht en dat er geen gevaar was, maar de rechtbank oordeelt dat de door eiser aangevoerde omstandigheden niet als uitzonderlijk kunnen worden gekwalificeerd. De rechtbank stelt vast dat het college terecht is overgegaan tot invordering van de dwangsom, aangezien de gebreken aan het pand niet zijn hersteld. De rechtbank verklaart het beroep van eiser ongegrond en kent geen proceskostenvergoeding toe. De uitspraak is gedaan op 18 december 2025.