ECLI:NL:RBDHA:2025:2687
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis zoon
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn zoon in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is omdat de beslistermijn, inclusief verlenging, is verstreken zonder besluit.
De rechtbank verwijst naar relevante wetsartikelen en eerdere jurisprudentie om te motiveren dat in gevallen van gezinshereniging bij asielvergunninghouders sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. De rechtbank legt een termijn van acht weken op voor het nemen van het besluit, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter A.J. de Danschutter en openbaar gemaakt op 21 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd, en de minister opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.