ECLI:NL:RBDHA:2025:26861
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen openbaarmaking last onder dwangsom Kansspelautoriteit
De zaak betreft een verzoek tot voorlopige voorziening van een buitenlandse vennootschap tegen de openbaarmaking van een last onder dwangsom en het openbaarmakingsbesluit van de Kansspelautoriteit wegens overtreding van de Wet op de Kansspelen (Wok).
De vennootschap werd geconfronteerd met een last onder dwangsom omdat zij via haar websites kansspelen aanbood zonder vergunning. Zij had bezwaar gemaakt tegen het lastbesluit en het openbaarmakingsbesluit en vroeg opschorting van de openbaarmaking totdat op bezwaar was beslist. De voorzieningenrechter had eerder een geanonimiseerde openbaarmaking toegestaan.
Bij het bestreden besluit handhaafde de Kansspelautoriteit de besluiten en besloot tot volledige openbaarmaking. De vennootschap stelde dat zij inmiddels aan de last had voldaan en dat openbaarmaking haar reputatie ernstig zou schaden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang aanwezig was, maar dat het algemeen belang bij openbaarmaking zwaarder woog dan het belang van verzoekster.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vennootschap zich richtte op de Amerikaanse markt, maar dat er wel sprake was van gerichtheid op Nederland vanwege de mogelijkheid tot deelname vanuit Nederland zonder technische blokkades. De publicatie dient het toezicht, de preventie en het informeren van derden. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en benadrukte dat de last een herstelsanctie betreft en dat de vennootschap onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat onomkeerbare schade zou ontstaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de openbaarmaking van het lastbesluit en openbaarmakingsbesluiten is afgewezen.