ECLI:NL:RBDHA:2025:2684
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, met Tadzjiekse nationaliteit, diende op 7 oktober 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, gezien eerdere asielaanvragen van eiser in Duitsland in 2022 en 2024. Eiser stelde dat hij niet voldoende gelegenheid had gekregen om bezwaren tegen overdracht aan Duitsland te uiten en dat het beschermingsbeleid in Duitsland slechter zou zijn dan in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat Duitsland terecht als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er systeemfouten zijn in de Duitse asielprocedure of opvang, noch dat het beschermingsbeleid wezenlijk verschilt. Het gestandaardiseerde voornemen en de motivering van verweerder voldeden aan de vereisten, en eiser had voldoende gelegenheid om zijn bezwaren kenbaar te maken.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier A.S.J.I. Hendrickx op 20 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.