ECLI:NL:RBDHA:2025:26816
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf voor jongvolwassenen in nareisprocedure
Eisers, broers en zus van een referent die in Nederland verblijft, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat er geen gezins- of familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro bestaat tussen eisers en hun moeder, ondanks hechte persoonlijke banden met de referent.
Eisers stelden dat zij onder het jongvolwassenenbeleid vallen en dat er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid, waardoor de afwijzing onterecht is. De rechtbank oordeelde dat eiser 1 niet meer als jongvolwassene wordt beschouwd vanwege zijn leeftijd en zelfstandigheid, en dat eiser 2 niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in zijn levensonderhoud kan voorzien. Ook werden geen bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eisers en hun moeder vastgesteld.
De belangenafweging, waarbij het recht op gezinsleven werd afgewogen tegen het Nederlandse toelatingsbeleid, viel niet in het voordeel van eisers uit. De rechtbank vond dat verweerder alle relevante omstandigheden heeft meegewogen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een positieve verplichting tot afgifte van een mvv opleggen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.