ECLI:NL:RBDHA:2025:26811
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier en intrekking eerdere vergunning wegens niet voldoen aan Besluit 1/80
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende werknemer, had een verblijfsvergunning als gezinslid bij zijn ex-partner, welke met terugwerkende kracht is ingetrokken wegens het niet meer voldoen aan de voorwaarden. Eiser stelde beroep in tegen deze intrekking en tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot wijziging van verblijfsdoel naar arbeid in loondienst op grond van Besluit 1/80.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet voldoet aan de vereiste van minimaal één jaar ononderbroken legale arbeid, omdat zijn verblijfsvergunning per 12 juni 2023 is ingetrokken en hij sindsdien geen legale arbeid kon verrichten. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro en het evenredigheidsbeginsel is door verweerder zorgvuldig gemaakt, waarbij ook eerdere procedures en persoonlijke omstandigheden van eiser zijn betrokken.
Verder is geoordeeld dat verweerder terecht heeft afgezien van een hoorzitting in bezwaar, omdat het bezwaar geen andere uitkomst kon hebben. Ook is geen sprake van een risico op refoulement. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de zaak niet langer connex is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.