Op 19 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in de zaak van een verzoeker die staatloosheid wilde laten vaststellen. Het verzoekschrift was op 8 april 2025 ingediend. De verzoeker, geboren in Syrië in 2001, was in januari 2022 gevlucht naar Griekenland en op 5 september 2022 in Nederland aangekomen. Hij had een verblijfsvergunning asiel gekregen en was gehuwd met een vrouw van Syrische afkomst. De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door mr. C. Wesenbeek, adviseerde het verzoek toe te wijzen, wat de rechtbank zonder mondelinge behandeling heeft gedaan, omdat partijen hiermee instemden.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker in Nederland woont en onmiddellijk belang heeft bij het verzoek. De beoordeling van de staatloosheid betrof de Palestijnse Gebieden en Syrië, aangezien verzoeker van Palestijnse afkomst is. De rechtbank concludeerde dat Nederland de staat Palestina niet erkent, waardoor Palestijnen als staatloos worden beschouwd. Daarnaast bleek uit de Syrische nationaliteitswetgeving dat verzoeker niet als Syrische onderdaan kan worden aangemerkt. De rechtbank concludeerde dat verzoeker niet door enige staat als onderdaan wordt beschouwd, en heeft daarom zijn staatloosheid vastgesteld.
De beschikking is uitgesproken door mr. A. Emmens, met mr. N.C. Gantenbein als griffier, tijdens de openbare zitting op 19 december 2025.