ECLI:NL:RBDHA:2025:26679

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 januari 2026
Zaaknummer
C/09/693479 / FA RK 25-8000
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening in echtscheidingsprocedure met betrekking tot kinderalimentatie en gebruik van de echtelijke woning

In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 18 december 2025 een beschikking gegeven in een voorlopige voorziening in het kader van een echtscheidingsprocedure. De vrouw heeft verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en om voorlopige kinderalimentatie voor de minderjarige [minderjarige]. De man heeft verweer gevoerd tegen deze verzoeken. De rechtbank heeft vastgesteld dat de situatie tussen de partijen zeer gespannen is en dat het niet langer houdbaar is dat zij gezamenlijk in de echtelijke woning verblijven. De vrouw heeft aangegeven dat de man een nieuwe partner heeft en dat de spanningen in de woning onhoudbaar zijn. De rechtbank heeft geoordeeld dat het in het belang van de minderjarige is dat de vrouw het uitsluitend gebruik van de woning krijgt en dat de man de woning dient te verlaten. Daarnaast heeft de rechtbank de vrouw in het gelijk gesteld wat betreft de voorlopige kinderalimentatie van € 495,- per maand voor de minderjarige, ondanks het verweer van de man dat de minderjarige zelf inkomsten heeft. De rechtbank heeft de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard en een brief aan de minderjarige gestuurd om de uitkomst van de procedure uit te leggen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8000
Zaaknummer: C/09/693479
Datum beschikking: 18 december 2025

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 23 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Car te ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Alkilic te ‘s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift;
  • het F9-formulier van 27 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw.
De minderjarige [minderjarige] heeft in een gesprek met de kinderrechter en in een e-mail haar mening gegeven over het verzoek.
Op 27 november 2025 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2003 te [plaats].
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats].
En zij zijn de ouders van de inmiddels (jong-)meerderjarige:
- [jongmeerderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2007 te [geboorteplaats].

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
  • de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats], met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
  • [minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd;
  • een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 495,- per kind per maand wordt vastgesteld, met ingang van de datum van indiening van het verzoek, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bijdrage en ingangsdatum, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Uitsluitend gebruik echtelijke woning
De vrouw heeft verzocht het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te wijzen. De vrouw stelt dat het vanwege onderlinge spanningen tussen partijen voor haar niet meer houdbaar is om samen met de man in de woning te verblijven. De man heeft volgens de vrouw een nieuwe partner, met wie hij in het bijzijn van de vrouw en de kinderen in de woning telefoneert. De vrouw wil graag met [minderjarige] en [jongmeerderjarige] in de voor hen vertrouwde omgeving blijven. Verder stelt de vrouw dat de man bij familie en vrienden kan verblijven of andere woonruimte kan huren, wat voor de vrouw samen met de kinderen niet mogelijk is. De vrouw stelt dat zij de lasten van de echtelijke woning wel kan betalen.
De man heeft verweer gevoerd. Volgens de man is de relatie tussen partijen 2,5 jaar geleden al beëindigd en leven zij sindsdien zonder problemen nog gezamenlijk in de echtelijke woning. Hij is van mening dat dit tijdens de echtscheidingsprocedure nog voort kan duren, zodat er geen noodzaak is voor het treffen van deze voorlopige voorziening. Partijen hebben een grote woning met een studio. Op dit moment verblijven kennissen van de vrouw in de studio, maar de man stelt dat hij daar ook zou kunnen intrekken zonder dat partijen last van elkaar hebben. De man kan bovendien nergens anders heen. Hij heeft wel contact met een andere vrouw, maar hij betwist dat zij zijn partner is.
De rechtbank overweegt als volgt. Op basis van wat partijen in de stukken en tijdens de zitting naar voren hebben gebracht, is de rechtbank gebleken dat de situatie tussen partijen zeer gespannen is en dat het niet langer houdbaar is dat zij gezamenlijk in de echtelijke woning verblijven. Tijdens de zitting is nog gesproken over de mogelijkheid dat de man voorlopig in de studio van de woning verblijft. De vrouw heeft echter aangegeven dat dit de spanningen niet weg zal nemen, omdat de studio niet kan worden afgesloten van de woning en de man de woning dan alsnog zal kunnen betreden wanneer hij dat wil. Gelet op de onenigheid daarover tussen partijen, zal een (al dan niet tijdelijk) verblijf van de man in de studio er naar verwachting van de rechtbank dan ook niet toe leiden dat de rust in de woning terugkeert. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen [minderjarige] en [jongmeerderjarige] ook niet langer worden blootgesteld aan de spanningen tussen de ouders. Zoals ook uit het gesprek met [minderjarige] is gebleken is het in hun belang dat er rust komt. Dit betekent dus dat één van partijen de woning zal moeten verlaten, en dat het verzoek van de vrouw tot het uitsluitend gebruik van de woning zal worden toegewezen.
Toevertrouwing [minderjarige]
De man heeft zich – bij toewijzing van het verzoek ten aanzien van het uitsluitend gebruik van de woning – niet verzet tegen de toevertrouwing van [minderjarige] aan de vrouw. Omdat de rechtbank dit ook in het belang van [minderjarige] acht, zal het verzoek van de vrouw daartoe worden toegewezen.
Voorlopige kinderalimentatie
De vrouw verzoekt een door de man te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 495,- per maand per kind vast te stellen. Zoals de man in zijn verweerschrift naar voren heeft gebracht is de vrouw niet-ontvankelijk in de door haar verzochte voorlopige kinderalimentatie voor de jong-meerderjarige [jongmeerderjarige]. Immers, een alimentatieverzoek van of namens de jong-meerderjarige valt in een voorlopige voorzieningenprocedure valt niet onder de reikwijdte van artikel 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Hoge Raad van 9 mei 2025 (ECLI:NL:HR:2025:724).
De vrouw heeft haar verzoek voor zover dit ziet op [jongmeerderjarige] tijdens de zitting ingetrokken.
Het voorgaande betekent dat alleen het verzoek van de vrouw nog voorligt om een voorlopige kinderalimentatie van € 495,- per maand vast te stellen ten behoeve van [minderjarige].
De man heeft verweer gevoerd tegen de door de vrouw gestelde behoefte van [minderjarige]. Volgens de man ontvangt [minderjarige] structureel inkomsten tussen de € 600,- en € 800,- per vier weken, en is er daarom geen behoefte aan een bijdrage in haar kosten van verzorging en opvoeding.
De rechtbank gaat aan het verweer van de man voorbij. Het is niet gebruikelijk om bij de berekening van (voorlopige) kinderalimentatie rekening te houden met eigen inkomsten die de minderjarige verdient met een bijbaan. Naar het oordeel van de rechtbank is 14 uur per week werken bij het bedrijf van haar vader, naast aanzienlijke verplichtingen op school, bovendien erg veel. [minderjarige] is 16 jaar oud, zit nog op de middelbare school en is bezig met haar vierde jaar van de havo. Dat de vrouw geen kosten zou betalen voor [minderjarige], zoals door de man is gesteld, is de rechtbank verder niet gebleken. De vrouw wordt geacht om van de kinderalimentatie naast de kosten ‘in natura’ (zoals eten en drinken) de zogenaamde verblijfsoverstijgende kosten (zoals schoolgeld, contributie voor sport, kleding en dergelijke) te betalen, omdat [minderjarige] aan haar wordt toevertrouwd.
Gelet op het voorgaande, en nu de man de door de vrouw gemaakte berekeningen verder inhoudelijk niet heeft betwist, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw toewijzen en de door de man te betalen voorlopige kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] vaststellen op € 495,- per maand.
Kindbrief
Tot slot heeft de rechtbank besloten om in aparte brief aan [minderjarige] uit te leggen wat de uitkomst van de procedure is. Hieronder is de tekst van die brief opgenomen, zodat beide ouders weten welke boodschap [minderjarige] heeft ontvangen.
Beste [minderjarige],
We hebben op woensdag 26 november 2025 met elkaar gesproken over de echtscheiding van je ouders, omdat op 27 november 2025 een zitting was met je ouders. Op 1 december 2025 heb je me nog een mail gestuurd om voor de zekerheid nog een paar dingen te vertellen. Dat heb je goed gedaan.
Uit het gesprek dat we samen hadden en uit de mail die je stuurde is voor mij duidelijk geworden dat de problemen tussen je ouders je erg bezighouden en dat het voor jou belangrijk is dat er rust komt. Het werd mij ook duidelijk dat je een goede relatie hebt met allebei je ouders en dat je graag wilt dat dat zo blijft, ook als ze uit elkaar gaan.
Op de zitting heb ik met je ouders gesproken en ik vind dat het niet langer mogelijk is dat ze samen in een huis blijven wonen, ook niet als je vader of je moeder bijvoorbeeld op de benedenverdieping zou gaan wonen. Om de spanningen in huis weg te nemen is het noodzakelijk dat een van hun het huis verlaat en ergens anders gaat wonen. Ik heb besloten dat je vader ergens anders moet gaan wonen, zodat je moeder samen met jou en je zus in ieder geval voorlopig in het huis kunnen blijven wonen. Dit soort beslissingen zijn altijd verdrietig, maar soms is het nodig om te zorgen dat er weer rust in huis komt en dat de spanningen tussen je ouders niet hun en jullie leven blijven beheersen.
Ik hoop dat jij met deze beslissing -hoe verdrietig ook- weer rust krijgt en je kan focussen op je school en andere belangrijke dingen in je leven. Ook hoop ik dat je relatie met je ouders goed blijft, want het is zoals jij zegt: zij gaan scheiden, maar jij en je zus niet.
Met vriendelijke groet,
De kinderrechter

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats], aan de vrouw zal worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van vandaag voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarige [minderjarige] (bij co-ouderschap eventueel:
medeverzorgt en opvoedt)van € 495,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.I. Noordegraaf als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 18 december 2025.