Uitspraak
Kinderalimentatie en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 26 november 2024 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift van de moeder;
- het verweerschrift met zelfstandig verzoek van de vader, ingekomen op 23 januari 2025;
- het verweerschrift op zelfstandig verzoek van de moeder, ingekomen op 14 februari 2025;
- het F9-formulier van 25 februari 2025 van de vader;
- het F9-formulier van 14 oktober 2025 van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 17 oktober 2025 van de vader, met brief en bijlagen.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad tot 2018.
- Zij zijn de ouders van de nu nog minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit, ingevolge een aantekening in het gezagsregister van 25 september 2015.
- [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Verzoek en verweer
- een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) vast te stellen, in die zin dat [minderjarige] éénmaal per veertien dagen van vrijdag 16.00 uur (althans na schooltijd) tot en met zondag 20.00 uur bij de vader zal verblijven;
- de vakanties te verdelen in die zin dat [minderjarige] 2/3 deel hiervan bij de vader zal verblijven;
Beoordeling
Beslissing
- herfstvakantie: bij de vader;
- kerstvakantie: in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
- voorjaarsvakantie: bij de vader;
- meivakantie: ene week bij de moeder en de andere week (de week van koningsdag) bij de vader;
- zomervakantie: drie aaneengesloten weken bij de moeder en drie aaneengesloten weken bij de vader, waarbij het uitgangspunt is dat [minderjarige] het ene jaar haar verjaardag bij de moeder viert en het andere jaar bij de vader;