ECLI:NL:RBDHA:2025:2649
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag wegens prematuur ingediend
De rechtbank Den Haag heeft op 21 februari 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over een beroep tegen het niet tijdig beslissen op een asielaanvraag van 29 januari 2023.
De kern van het geschil betrof de vraag of het beroep ontvankelijk was, waarbij de eiser stelde dat de minister niet tijdig had beslist. De rechtbank overwoog dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 de minister binnen zes maanden moet beslissen, maar dat deze termijn met negen maanden kan worden verlengd bij een grote instroom van asielaanvragen. De minister had deze verlenging toegepast via het WBV 2023/3.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak waarin was geoordeeld dat de verlenging rechtsgeldig was en concludeerde dat de ingebrekestelling van 24 oktober 2024 prematuur was ingediend. Daardoor voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier B.A. Smit en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.