3.7.Omdat niet alle tankstationhouders waren betrokken bij de totstandkoming van het Convenant, moesten – mede daarom – de afspraken uit het Convenant in een wettelijke regeling worden vastgelegd. Deze afspraken zijn opgenomen in de Wet tot veiling van bepaalde verkooppunten van motorbrandstoffen (hierna: de Benzinewet) die op 31 juli 2005 in werking is getreden. De Benzinewet geeft regels over het in gebruik geven van tankstations langs rijkswegen die in eigendom zijn van de Staat. Deze wet bevat onder meer de volgende bepalingen:
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
(…)
exploitant: natuurlijke persoon of rechtspersoon die een onderneming drijft wier werkzaamheden bestaan of mede bestaan uit de verkoop van motorbrandstoffen;
(…)
huurovereenkomst: overeenkomst tussen de Staat en een wederpartij, de huurder, die de huurder het recht geeft een locatie te gebruiken voor de vestiging van een verkooppunt van motorbrandstoffen;
(…)
locatie: gedeelte van een verzorgingsplaats, bestemd voor de vestiging van een verkooppunt van motorbrandstoffen;
(…)
verzorgingsplaats: perceel grond dat
a.is ingericht met een of meer voorzieningen ten behoeve van de gebruikers van een weg, en
b.over het net van wegen die openbaar zijn in de zin van de Wegenwet, met een motorvoertuig slechts is te bereiken via de afrit van de weg naar het perceel.
(…)
Artikel 2
De wet is slechts van toepassing op locaties die zijn gelegen op een verzorgingsplaats
1°.aan een weg in beheer bij het Rijk, en
2°.in eigendom van de Staat.
1. De Staat geeft een locatie in gebruik door middel van een huurovereenkomst. Onverminderd het bepaalde in artikel 217, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, heeft aanbod en aanvaarding van de huurovereenkomst slechts plaats op de door deze wet bepaalde wijze.
(…)
Paragraaf 3. De veiling
Artikel 5
1. De Staat sluit een huurovereenkomst met betrekking tot een locatie met degene, die op een door de Staat uitgeschreven, openbare veiling het hoogste bod heeft uitgebracht.
2. De opbrengst van de veiling komt ten goede aan de Staat.
(…)
Paragraaf 4. Overgangsbepalingen
Artikel 6
1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a.bestaande overeenkomst: een overeenkomst, hoe ook genaamd, gesloten met de Staat voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, die het recht geeft een locatie te gebruiken ten behoeve van de verkoop van motorbrandstoffen, en die van kracht is op het tijdstip waarop met betrekking tot de locatie een veiling plaats heeft;
b.bestaande exploitatieovereenkomst: een overeenkomst, gesloten voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt tussen een wederpartij van de Staat bij een bestaande overeenkomst en een exploitant, en die van kracht is op het tijdstip waarop met betrekking tot de locatie die voorwerp is van de exploitatieovereenkomst een veiling plaats heeft;
c.bestaande exploitant: de exploitant die partij is bij een bestaande exploitatieovereenkomst.(…)
1. De Staat schrijft met betrekking tot een locatie die voorwerp is van een bestaande overeenkomst een veiling uit als bedoeld in artikel 5 volgens een tijdschema, dat door Onze Minister jaarlijks wordt vastgesteld voor een periode van zeven en een half jaar, volgend op het moment van vaststelling. Het tijdschema wordt bekend gemaakt in de Staatscourant voor het eerst bij het inwerkingtreden van deze wet en vervolgens telkens in de laatste maand van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin volgens het schema de eerstvolgende veiling plaats heeft.
2. Een bestaande overeenkomst met betrekking tot een locatie, die na een veiling als bedoeld in het eerste lid in gebruik wordt gegeven, eindigt op het tijdstip waarop de huurovereenkomst, die ingevolge de veiling tot stand komt, in werking treedt.
3. De opbrengst van de veiling, bedoeld in het eerste lid, komt ten goede aan de wederpartij bij de bestaande overeenkomst die ingevolge het tweede lid eindigt. Heeft die wederpartij op grond van de bestaande overeenkomst recht op een vergoeding, dan komt de opbrengst van de veiling slechts aan haar ten goede voor zover die opbrengst de vergoeding te boven gaat. (…)”
Voorgeschiedenis verzorgingsplaats Hendriksbos