Op 12 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende de wijziging van voornamen. Het verzoekschrift, ingediend op 10 oktober 2025 door verzoekster, die in Duitsland woont, strekt tot wijziging van haar voornamen naar "[voornaam] [verzoekster]". De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift en de bijlagen en heeft vastgesteld dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit bezit, wat de rechtsmacht van de Nederlandse rechter bevestigt. De rechtbank heeft ook vastgesteld dat het verzoek voldoende is verbonden met de Nederlandse rechtssfeer, zoals vereist door artikel 3 aanhef en onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
In de inhoudelijke beoordeling heeft de rechtbank opgemerkt dat een voornaamswijziging pas effect heeft wanneer de beschikking aan de geboorteakte wordt toegevoegd. De rechtbank heeft geoordeeld dat er sprake is van een zwaarwichtig belang bij de toewijzing van het verzoek. De gevraagde voornamen zijn geoorloofd volgens de maatstaven van artikel 1:4 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Daarom heeft de rechtbank besloten het verzoek tot voornaamswijziging toe te wijzen. De beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, en mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 12 december 2025.