Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.B.C.M. Burger, griffier.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 18 december 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende de maatregel van bewaring van eiser, die op 1 oktober 2025 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel, waarbij hij ook om schadevergoeding heeft verzocht. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen zitting nodig was en heeft het onderzoek gesloten op 12 december 2025. De rechtbank overweegt dat de maatregel van bewaring rechtmatig was tot het sluiten van het onderzoek op 8 oktober 2025 en dat de toetsing van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel zich richt op de periode daarna. Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting, omdat er sinds zijn bewaring geen concrete stappen zijn gezet richting uitzetting naar Marokko. De rechtbank concludeert echter dat er wel degelijk zicht op uitzetting is, ondanks het ontbreken van een paspoort van eiser. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat er geen aanleiding is om een lichter middel toe te passen. De rechtbank wijst het beroep van eiser ongegrond en wijst ook het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter-Rijksen, rechter, in aanwezigheid van mr. B.C.M. Burger, griffier.