Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer 1] , eiseres
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,geboren op [geboortedatum 1] 2015 en [geboortedatum 2] 2019, V-nummers: [V-nummer 2] en [V-nummer 2] , (gemachtigde: mr. W.C. Boelens),
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Syrische nationaliteit, en haar twee minderjarige dochters hebben internationale bescherming in Cyprus en dienden een herhaalde asielaanvraag in Nederland in. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a lid 1 sub d Vreemdelingenwet, omdat geen nieuwe feiten of bevindingen waren aangevoerd die afwijken van de eerdere procedure.
Eiseres voerde aan dat haar verblijfsvergunningen in Cyprus waren verlopen, dat zij en haar dochters bij terugkeer materiële deprivatie zouden ondervinden en dat zij haar dochters onttrok aan het gezag van haar ex-man, wat zou leiden tot een arrestatiebevel. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden niet als nieuw en relevant konden worden aangemerkt, mede omdat uit een brief van de Cypriotische autoriteiten bleek dat de internationale bescherming nog steeds geldig is.
De rechtbank bevestigde dat de minister terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Cyprus en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij geen bescherming zou krijgen bij terugkeer. Ook het ontbreken van een hoorplicht in deze procedure werd als rechtmatig beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag.