Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:25983

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
NL25.32179 en NL25.32181
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:69 AwbArt. 29 VwArt. 30b VwArt. 31 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van frauduleuze verkrijging Keniaans paspoort

Eisers, een moeder met haar minderjarige kinderen, vroegen asiel aan in Nederland nadat zij Somalië hadden verlaten. Verweerder wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond, omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers ongeloofwaardig werden geacht. De rechtbank oordeelt dat eisers onvoldoende inspanningen hebben geleverd om aannemelijk te maken dat het Keniaanse paspoort frauduleus is verkregen.

Eisers reisden met een Keniaans paspoort en een Grieks visum naar Nederland, maar konden niet verklaren hoe zij aan het paspoort kwamen en hadden het paspoort niet meer in bezit bij aankomst. De rechtbank stelt dat verweerder terecht uitgaat van de nationaliteit zoals vermeld in het paspoort, omdat eisers geen overtuigend bewijs of verklaring hebben geleverd dat het paspoort niet aan hen toebehoort.

De rechtbank benadrukt dat eisers onvoldoende contact hebben gezocht met de Keniaanse autoriteiten en dat de inspanningen die zij wel hebben geleverd, zoals e-mailcontact en telefonisch contact met de ambassade, niet toereikend waren. Ook het ontbreken van het originele paspoort bemoeilijkt onderzoek. De rechtbank wijst het beroep af en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht

Zaaknummers:NL25.32179 (beroep)

NL25.32181 (voorlopige voorziening)
V-nummers: [v-nummer 1]
[v-nummer 2]
[v-nummer 3]
[v-nummer 4]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorlopige voorziening in de zaken tussen

[eiseres] ,

geboren [geboortedag 1] 1997, eiseres
mede namens haar minderjarige kinderen,
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 2] 2018,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 3] 2020,
[minderjarige 3], geboren op [geboortedag 4] 2023,
hierna gezamenlijk te noemen: eisers,
(gemachtigde: mr. M.H. van der Linden)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. S. Imani).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvragen van eisers en hun verzoek voor het treffen van een voorlopige voorziening.
1.1.
Bij besluit van 15 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op
27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde, A. Ikar als tolk in de Somalische taal en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of verweerder op goede gronden eisers asielaanvragen heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.
3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is en dat de voorlopige voorziening wordt afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Achtergrond
4. Eiseres heeft met haar twee kinderen in april 2023 Somalië verlaten. Op
28 mei 2023 zijn zij Nederland ingereisd. Uit Euvis [1] is gebleken dat eisers van 15 juni 2023
tot 28 juni 2023 een Grieks visum hebben gehad welke is afgegeven door de Griekse autoriteiten in Nairobi, Kenia. Vervolgens hebben eisers op 2 juli 2023 asiel aangevraagd in Nederland. Op [geboortedag 4] 2023 is de jongste dochter van eiseres in Nederland geboren.
Asielrelaas
5. Eiseres heeft het volgende aan haar asielrelaas ten grondslag gelegd. Eiseres heeft verklaard [eiseres] te zijn, geboren op [geboortedag 1] 1997. Ook heeft zij verklaard dat zij de Somalische nationaliteit heeft en tot de [naam] bevolkingsgroep behoort. In maart 2023 is haar echtgenoot verdwenen waarna zij is gaan wonen bij haar schoonmoeder. Eiseres heeft verklaard dat zij eigenlijk ontvoerd is geweest door haar schoonmoeder en dat zij dreigde haar kinderen te besnijden. Eiseres werd door haar schoonmoeder vastgezet in een kamer en mishandeld. Eiseres stelt niet met haar kinderen terug te kunnen naar Somalië, omdat zij bij terugkeer naar Somalië ervoor vreest dat haar kinderen worden besneden.
Besluitvorming
6. Verweerder heeft de volgende asielmotieven onderscheiden:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen in Somalië door schoonmoeder en vrees voor besnijdenis.
6.1.
Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres ongeloofwaardig. De problemen van eiseres in Somalië worden niet op geloofwaardigheid getoetst. Verweerder stelt allereerst dat eiseres onvoldoende documenten heeft overgelegd en hier geen goede verklaring voor heeft. [2] Verder komen de verklaringen van eiseres niet overeen met haar paspoort. Ook kan eiseres in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd. [3] Tot slot is het feit dat eiseres uit Kenia komt op zichzelf niet genoeg om vluchteling te zijn of om een risico op ernstige schade aan te nemen [4] . Daarbij heeft verweerder ten aanzien van vrouwenbesnijdenis in Kenia overwogen dat er geen aanwijzingen zijn dat de dochters van eiseres besnijdenis zullen ondervinden.
6.2.
De aanvraag is kennelijk ongegrond verklaard. [5] Eisers hebben verweerder namelijk misleid over hun identiteit. Daarnaast heeft eiseres haar Keniaanse paspoort niet overgelegd wat een negatieve invloed op het besluit heeft en zij heeft verklaringen afgelegd die worden beoordeeld als kennelijk inconsequent, tegenstrijdig en kennelijk vals. Tot slot is aan eisers een terugkeerbesluit opgelegd waarin staat dat zij binnen vier weken moeten terugkeren naar Kenia en een inreisverbod krijgt opgelegd voor de duur van twee jaar.
Het juridisch kader
7. Bij de beoordeling van persoonsgegevens en de nationaliteit van een vreemdeling, mag verweerder in beginsel uitgaan van de gegevens zoals vermeld in een authentiek bevonden paspoort. Als een vreemdeling stelt dat dat paspoort, of bepaalde daarin vermelde gegevens, toch buiten beschouwing moeten worden gelaten, moet hij aannemelijk maken dat dat paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. [6]
7.1.
De Afdeling heeft in haar uitspraak [7] van 14 maart 2024 uitgewerkt wat van een vreemdeling mag worden verwacht om aannemelijk te maken dat een echt bevonden paspoort op frauduleuze wijze is verkregen en wanneer verweerder onderzoek moet doen. Uit deze uitspraak volgt dat de eerste stap is dat een vreemdeling alles doet waar hij redelijkerwijs toe in staat is om van de autoriteiten van het land dat het paspoort heeft afgegeven, een verklaring te krijgen waaruit blijkt of zij het betreffende paspoort aanmerken als rechtsgeldig afgegeven en/of de vreemdeling als hun onderdaan beschouwen. Dit kan een vreemdeling vanuit Nederland bijvoorbeeld doen door contact op te nemen met de diplomatieke vertegenwoordiging van het land dat het paspoort heeft afgegeven. Hierbij mag van een vreemdeling worden verwacht dat hij de wijze waarop hij dat contact heeft gelegd, en de reactie van de autoriteiten, zo veel mogelijk schriftelijk vastlegt. Ook mag worden verwacht dat de vreemdeling contact zoekt in een voor het land dat het paspoort heeft afgegeven gangbare taal, de door de desbetreffende autoriteiten voorgeschreven procedures volgt, de gevraagde informatie verstrekt en zo nodig rappelleert. Als een vreemdeling onvoldoende moeite heeft gedaan om een verklaring, als hiervoor bedoeld, van de autoriteiten te verkrijgen, mag verweerder ervan uitgaan dat de vreemdeling de nationaliteit heeft die op het paspoort is vermeld.
7.2.
Als een vreemdeling een oprechte inspanning heeft geleverd om een verklaring te krijgen van de autoriteiten over de verkrijging van zijn paspoort en/of zijn nationaliteit, maar daar desondanks niet in is geslaagd, moet verweerder in actie komen (stap twee). Het is dan aan verweerder, gelet op de samenwerkingsverplichting, om de autoriteiten te benaderen. De reactie die verweerder krijgt van de autoriteiten, bepaalt hoe hij de aanvraag verder moet beoordelen.
De beroepsgronden van eiseres
8. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder er ten onrechte vanuit gaat dat zij en haar dochters de Keniaanse nationaliteit hebben. Eiseres heeft tijdens de reis gebruik gemaakt van een mensensmokkelaar/reisagent. Blijkbaar heeft haar reisagent een Keniaans paspoort geregeld en met dat paspoort een Grieks visum aangevraagd. Eiseres was daarvan niet op de hoogte. Ook merkt eiseres op dat haar paspoort niet op echtheid is onderzocht door Bureau Documenten. Ook begrijpt eiseres dat verweerder niet betwist dat eiseres de Somalische nationaliteit heeft. Daarnaast heeft de familie van eisers hun nationaliteit bevestigd in een verklaring die is afgegeven door de rechtbank. Verder is er een taalopname gemaakt, waaruit blijkbaar blijkt dat eiseres de Somalische taal spreekt. Eiseres is van mening dat dit een indicatie is dat zij de Somalische nationaliteit heeft. De gemachtigde van eiseres heeft contact gehad met de Keniaanse ambassade. Zij heeft voorgelegd dat eiseres van Somalië naar Nederland is gereisd met een Keniaans paspoort en zij vraagt of bevestigd kan worden of eiseres de Somalische nationaliteit heeft. Verder is verzocht om te laten weten of aan eiseres op legale wijze een Keniaans paspoort is verstrekt en of eiseres gezien wordt als een burger van Kenia. Tot slot beoordeelt verweerder ten onrechte de problemen in Somalië niet op geloofwaardigheid.
Beoordeling door de rechtbank
9. De rechtbank stelt vast dat eiseres met een Grieks visum voor kort verblijf, dat is afgegeven door het Griekse consulaat in Kenia waar zij een Keniaans paspoort heeft getoond, de Europese Unie is ingereisd. Eiseres heeft niet nader verklaard over hoe haar reis is verlopen behalve dat het voor een deel met het vliegtuig en een deel met de trein is geweest, maar zij heeft wel verklaard dat zij het paspoort bij aankomst niet meer in haar bezit had. Verweerder heeft het paspoort daarom niet op authenticiteit kunnen onderzoeken. Gelet op de Afdelingsuitspraak [8] van 20 maart 2025, is het zonder problemen reizen met een Keniaans paspoort zonder nadere motivering onvoldoende om van de Keniaanse nationaliteit uit te gaan. Verweerder heeft vastgesteld dat eiseres geen enkele inspanning heeft verricht om aan te tonen dat het paspoort niet aan haar toebehoorde en dat het op frauduleuze wijze is verkregen. De rechtbank oordeelt dat verweerder dit afdoende heeft gemotiveerd. Eiseres heeft in haar zienswijze geen toelichting gegeven en geen blijk gegeven van pogingen om aannemelijk te maken dat het echt bevonden paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. Pas na het geven van haar zienswijze heeft zij zich gewend tot het Keniaanse consulaat zonder daar melding van te maken bij verweerder.
9.1.
Ook in beroep is eiseres er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat het Keniaanse paspoort frauduleus is en zij daarom de Keniaanse nationaliteit niet heeft. Eiseres is immers zonder problemen met het beweerdelijk valse Keniaanse paspoort per vliegtuig van Kenia naar Nederland gereisd en heeft met dit paspoort een Grieks visum kunnen aanvragen. Daar komt bij dat de e-mails die eiseres heeft gestuurd naar de Keniaanse ambassade en het telefonisch contact met de Keniaanse ambassade als onvoldoende inspanning gelden. Op 24 juni 2025 en 13 augustus 2025 heeft eiseres de ambassade van Kenia per mail benaderd over de nationaliteit van eiseres en heeft daarbij de personalia en het paspoortnummer zoals uit de EU-VIS-registratie volgt genoemd. Uit dit mailcontact blijkt dat eiseres niet heeft aangegeven niet meer in het bezit te zijn van het Keniaanse paspoort. Op 15 augustus 2025 heeft de Keniaanse ambassade gereageerd met een mail met een korte uitleg dat eiseres naar de ambassade moet komen met het originele Keniaanse paspoort ter verificatie van de nationaliteit. Eiseres heeft de ambassade onvoldoende voorgelicht waardoor de Keniaanse ambassade eiseres niet op de juiste manier heeft kunnen helpen. Eiseres heeft hierna niet aangegeven niet over het paspoort te beschikken om alsnog te proberen de gezochte bevestiging te krijgen van haar standpunt. Pas ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres verklaard op 13 november 2025 alsnog telefonisch contact te hebben gehad met de ambassade, waaruit zou volgen dat de ambassade geen onderzoek instelt zonder het originele Keniaanse paspoort. Hoewel eiseres voorafgaand aan de zitting wel stukken heeft ingediend, heeft zij deze informatie achterwege gelaten waardoor verweerder geen mogelijkheid heeft gehad om nader onderzoek te doen of de Keniaanse ambassade inderdaad niet bereid was een onderzoek op te starten zonder het authentieke Keniaanse paspoort. Ook heeft eiseres geen poging gedaan om met de reisagent contact op te nemen om te achterhalen waar het paspoort zich bevindt.
9.2.
Van belang is dat eiseres door zich van haar paspoort te ontdoen, zowel verweerder als de Keniaanse autoriteiten de mogelijkheid heeft ontnomen daar onderzoek naar te doen. Dit heeft naar het oordeel van de rechtbank gevolgen voor de wijze waarop de samenwerkingsverplichting moet worden ingevuld en maakt dat in dit geval hogere eisen mogen worden gesteld aan de inspanningen en de verklaringen die eiseres verricht en aflegt ter onderbouwing van haar stelling dat het niet aannemelijk is dat eisers (tevens) de Keniaanse nationaliteit hebben.
9.3.
De verklaringen van eisers dat zij de Somalische etniciteit hebben en de in beroep ingebrachte Somalische documenten, maken het voorgaande niet anders. Met deze verklaringen en documenten kunnen eisers namelijk niet onderbouwen dat zij de Keniaanse nationaliteit niet bezitten. Het is immers mogelijk dat eisers de Somalische etniciteit hebben maar enkel de Keniaanse nationaliteit bezitten of dat zij zowel in het bezit zijn van de Keniaanse als de Somalische nationaliteit.
9.4.
De rechtbank is dus van oordeel dat eisers onvoldoende inspaninningen hebben geleverd om aannemelijk te maken dat het Keniaanse paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. De beroepsgrond slaagt niet.
10. Voor zover het relaas van eisers zag op de redenen waarom zij niet terug zouden kunnen keren naar Kenia, heeft verweerder hierover geen asielmotieven vastgesteld. Eisers hebben geen beroepsgronden gericht tegen dit onderdeel van het bestreden besluit. Omdat de rechtbank uitspraak doet op grondslag van het beroepschrift, zal de rechtbank geen oordeel geven over dit onderdeel van het bestreden besluit. [9]

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond omdat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen.
12. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer: NL25.32179,
- verklaart het beroep ongegrond;
De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder nummer: NL25.32181,
- wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L. Kooring, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Europees visuminformatiesysteem.
2.Artikel 31, zesde lid, onder b, Vw
3.Artikel 31, zesde lid, onder e, Vw.
4.Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw.
5.Artikel 30b, eerste lid, onder c, d en e, van de Vw.
6.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 6 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2270.
9.Volgens artikel 8:69 van Pro de Awb.