ECLI:NL:RBDHA:2025:25814

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
4 januari 2026
Zaaknummer
C/09/638511 / FA RK 22-7881
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling voor minderjarigen na hulpverleningstraject

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 4 december 2025 een beschikking gegeven inzake de wijziging van de zorgregeling voor de minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]. De rechtbank heeft de ouders, de vader en de moeder, eerder verwezen naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan een hulpverleningstraject genaamd Omgangsbegeleiding. Dit traject was gericht op het verbeteren van de omgang tussen de vader en de kinderen. De rechtbank heeft kennisgenomen van verschillende rapporten, waaronder het eindverslag van Cardea en een raadsrapport van de Raad voor de Kinderbescherming. De rechtbank heeft vastgesteld dat de zorgregeling sinds 1 mei 2025 niet is nagekomen, wat heeft geleid tot zorgen over de impact op de kinderen. De rechtbank heeft de wens van de kinderen om geen contact meer te hebben met de vader begrepen, maar heeft ook geconcludeerd dat het in het belang van de kinderen is om contact te houden met beide ouders. De rechtbank heeft daarom besloten de zorgregeling te wijzigen, zodat de kinderen voortaan eens per vier weken op vrijdag van 17.00 uur tot 19.00 uur contact zullen hebben met de vader. De vader dient twee weken voor het contactmoment telefonisch contact op te nemen met de kinderen om afspraken te maken over de invulling van het contactmoment. De rechtbank heeft de verzoeken van de vader en moeder beoordeeld en de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 22-7881
Zaaknummer: C/09/638511
Datum beschikking: 4 december 2025

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 18 november 2022 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.J. Vroegindeweij te Katwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Cortet te Utrecht.

Procedure

Bij beschikking van 25 januari 2023 van deze rechtbank zijn partijen verwezen naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het hulpverleningstraject Omgangsbegeleiding en is een beslissing over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aangehouden in afwachting van de resultaten daarvan en met een lus naar de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) indien dit traject niet positief wordt afgesloten.
De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder ook:
- het eindverslag van het traject Omgangsbegeleiding van Cardea van 1 april 2025;
- het rapport en advies van de Raad van 1 augustus 2025, kenmerk SK-1-64N4FKJ;
- het F9-bericht van de zijde van de vader;
- het F9-bericht van de zijde van de moeder.
Op 6 november 2025 is de behandeling op de zitting van deze rechtbank voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de Raad voor de Kinderbescherming.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en de meerderjarige [de jong-meerderjarige] hebben zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Verzoeken ten aanzien van [de jong-meerderjarige]
Omdat [de jong-meerderjarige] op 12 juni 2025 meerderjarig is geworden, kan de rechtbank geen beslissingen meer nemen op de verzoeken die zijn gedaan ten aanzien van [de jong-meerderjarige] . De rechtbank zal de verzoeken dan ook afwijzen voor zover zij zien op [de jong-meerderjarige] .
Eindverslag Omgangsbegeleiding
Tussen 23 november 2023 en eind februari 2025 heeft Cardea verschillende gesprekken gevoerd met de ouders gezamenlijk en individueel. Het eerste doel van de hulpverlening was het tot stand brengen van begeleide omgang. De ouders hebben ervoor gekozen om zelf onbegeleide omgang op te starten omdat de data waarop Cardea begeleiding kon aanbieden, niet overeenkwamen met de mogelijkheden van de ouders. Dit heeft geresulteerd in een vast contactmoment, waarbij [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] om de week op vrijdag vanaf 12.30 uur tot 15.30 uur bij de vader zijn. De ouders hebben ieder een andere beleving van hoe de kinderen het contact ervaren. Door de onderlinge spanningen tussen de ouders is het niet gelukt om het contact verder op te bouwen, maar de ouders geven aan zich wel aan de vaste afspraak te zullen houden. Cardea stelt dat het in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] is om contact te houden met de vader, maar kan niet zeggen met welke frequentie en in welke hoedanigheid dat moet zijn.
Het tweede doel van Cardea was het herstellen van het vertrouwen van de ouders in elkaar, het opbouwen van ouderschap en (indien mogelijk) het opstellen van een ouderschapsplan door middel van ouderschapsbemiddeling. Het is niet gelukt om tot minimale afspraken te komen over zorg en opvoeding omdat het verschil in de manier waarop ouders daarover denken, te groot is gebleken.
Raadsrapport
Uit het raadsrapport blijkt dat de zorgregeling die wordt beschreven in het eindverslag van Cardea sinds 1 mei 2025 niet is nagekomen, eerst wegens persoonlijke omstandigheden van de vader en later omdat de moeder de kinderen niet meer aan de vader wilde meegeven. Met (de ontwikkeling van) [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] gaat het goed en zij krijgen voldoende ondersteuning, ook voor school. Ook weet de moeder [de minderjarige 1] te ondersteunen in haar soms plotselinge boosheid of verdriet. De Raad heeft hierover geen zorgen. Ten aanzien van het contact met de vader geven [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] aan dat de vader altijd afspraken heeft, nooit iets leuks met hen doet, zijn beloftes niet nakomt en met rare woorden praat. [de minderjarige 1] wil geen zorgregeling meer, maar [de minderjarige 2] wil nog wel contact met de vader.
De Raad ziet zich voor een dilemma gesteld voor wat betreft het advies aangaande de zorgregeling. Zo constateert de Raad dat de zorgregeling de afgelopen jaren met periodes wel en niet is nagekomen en dat het de vader was die de omgang steeds (soms zonder toelichting) stopte en daarna weer opeiste, terwijl de moeder en de kinderen (ondanks het ontbreken van motivatie daartoe) wel gevolg gaven aan de zorgregeling. De vader lijkt niet te beseffen welke impact dit heeft op de kinderen. Volgens de Raad hebben de kinderen op dit moment duidelijkheid nodig over het contact met de vader. De Raad acht het noodzakelijk dat de vader zich betrouwbaar opstelt en prioriteit geeft aan het nakomen van de zorgregeling, en dat hij er tijdig en goed over communiceert met de moeder en de kinderen als dat niet lukt. De Raad adviseert de rechtbank om de huidige zorgregeling, waarbij de kinderen om de week op vrijdag van 12.30 uur tot 15.30 uur bij de vader zijn, te handhaven met uitzondering van de zomervakantie in de periode dat de moeder met de kinderen op vakantie gaat. Op die momenten dient de vader met de kinderen een activiteit te ondernemen die passend is voor de kinderen. Daarbij merkt de Raad op dat wanneer de vader de zorgregeling niet kan nakomen, hij zich minimaal 24 uur van tevoren dient af te melden bij de moeder. In die gevallen dient er op een later moment in de week videobelcontact plaats te vinden van maximaal 20 minuten.
Op de zitting zijn het verslag van Cardea en het raadsrapport met de ouders en de Raad besproken. In reactie daarop geeft de vader met name aan dat hij steeds van tevoren bij de moeder heeft aangegeven dat hij de regeling niet kon nakomen en dat hij daar gerechtvaardigde redenen voor had. De vader wenst dat het contact wordt hervat, zoals de Raad adviseert. De moeder geeft aan dat de vader niet van tevoren, maar pas op een later moment heeft aangegeven dat hij de zorgregeling voor langere tijd niet zou nakomen. Daarbij wijst de moeder op de weerstand van de kinderen tegen de zorgregeling. Deze weerstand blijkt ook uit de brieven van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] , waarin zij aangeven dat zij niet meer naar hun vader willen gaan. De kinderen vinden dat de vader te weinig aandacht aan hen besteed tijdens de contactmomenten, dat de vader vaak boos is en zich niet aan zijn beloftes houdt en dat ze daarom liever andere dingen ondernemen dan met de vader afspreken. In dit verband benadrukt de Raad op de zitting nogmaals dat het voor de kinderen belangrijk is dat er contact is, maar dat dat wel moet worden nagekomen en daarom ook op een haalbare en voor de kinderen prettige manier moet worden vormgegeven, waarbij eens per twee weken contact op dit moment mogelijk te veel is.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank stelt voorop dat het in het belang van (de ontwikkeling van) de kinderen is om contact te hebben met hun beide ouders en dat de rechtbank [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] een fijn contact met hun vader gunt. Aan de ene kant ziet de rechtbank dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] teleurgesteld zijn geraakt door de wijze waarop de vader vormgeeft aan de contactmomenten met de kinderen en door het feit dat de vader in periodes ook uit contact treedt. In dit licht kan de rechtbank de wens van de kinderen om niet meer naar de vader te hoeven gaan begrijpen. Aan de andere kant constateert de rechtbank dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] nog relatief jong zijn. De rechtbank verwacht dat, wanneer zij geen zorgregeling zal vaststellen, het lijntje tussen de kinderen en de vader definitief zal worden verbroken. Dit acht de rechtbank niet in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
De manier waarop de kinderen tegenover het contact met de vader staan, laat echter wel zien dat er iets moeten veranderen in de wijze waarop de vader zich ten opzichte van de kinderen opstelt. Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat de vader op dit moment onvoldoende inzicht toont in zijn aandeel in de teleurstelling die de kinderen daaromtrent hebben ervaren in het verleden. De rechtbank acht het – net als de Raad – voor de slagingskans van het contact tussen de vader en de kinderen op lange termijn van groot belang dat de vader zijn verantwoordelijkheid neemt ten aanzien van de zorgregeling en hoe de kinderen het contact ervaren, en dat hij prioriteit geeft aan het nakomen daarvan.
Tegen deze achtergrond oordeelt de rechtbank als volgt. De rechtbank zal de zorgregeling wijzigen, in die zin dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voortaan een keer per vier weken op vrijdag van 17.00 uur tot 19.00 uur contact zullen hebben met de vader. De rechtbank verwacht van de vader dat hij steeds twee weken voor het contactmoment op vrijdag om 19.00 uur telefonisch contact opneemt met de kinderen via het telefoonnummer van de moeder. Tijdens dat telefonische contactmoment dient de vader in ieder geval met de kinderen te bespreken hoe zij het volgende contactmoment zullen gaan invullen. Daarbij verwacht de rechtbank dat de vader zich actief opstelt en zich geïnteresseerd toont in de kinderen en hun belevingswereld. Indien de vader nalaat om twee weken voor het contactmoment telefonisch contact met de kinderen op te nemen en afspraken te maken over de invulling van het volgende contactmoment, dan zal dat contactmoment in beginsel niet doorgaan. Wellicht ten overvloede merkt de rechtbank hierbij op dat het de kinderen uiteraard vrij staat om vaker of langer contact met de vader te hebben als zij daar behoefte aan hebben. Het eerste contactmoment zal plaatsvinden op vrijdag 2 januari 2026 van 17.00 uur tot 19.00 uur. Vanaf dat moment zal er iedere vier weken een contactmoment zijn. Dat betekent dat de vader op vrijdag 19 december 2025 om 19.00 uur voor het eerst telefonisch contact dient op te nemen met de kinderen om afspraken te maken met betrekking tot het contactmoment, waarna hij dit iedere vier weken opnieuw zal doen.
Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken blijkt dat de ouders gedurende het traject bij Cardea zijn overeengekomen dat het contact onbegeleid zou plaatsvinden en dat er ook gedurende enige tijd onbegeleid contact is geweest tussen de vader en de kinderen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om het contact nu wel begeleid te laten plaatsvinden. Het daarop gerichte verzoek wordt daarom afgewezen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 9 augustus 2019 – :
*
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] .
met ingang van 2 januari 2026 bij de vader zullen zijn eens per vier weken op vrijdag van 17.00 uur tot 19.00 uur, waarbij de vader steeds twee weken voor het contactmoment op vrijdag om 19.00 uur belt met de kinderen en in dat telefoongesprek met hen bespreekt hoe het contactmoment zal worden ingevuld en waarbij het contactmoment vervalt indien de vader nalaat op het voornoemde tijdstip telefonisch contact op te nemen met de kinderen;
en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 december 2025.