ECLI:NL:RBDHA:2025:2577
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent met een asielvergunning. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
Op basis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) oordeelt de rechtbank dat het beroep tijdig is ingesteld en kennelijk gegrond is. Gezien de bijzondere aard van aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders, legt de rechtbank een langere beslistermijn op dan de standaard twee weken, namelijk acht weken vanaf verzending van deze uitspraak, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000, en moet aan eisers de reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 betalen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van €453,50 en tot vergoeding van het griffierecht van €187.
De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 13 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dwangsom.