Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
A: [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2009.
V: Wanneer is het gebeurd?
A: Zaterdag 4 mei 2024.
V: Vertel eens alles over wat er gebeurd is?
A: [slachtoffer] kwam hard op de tent af fietsen. Ze komt naar binnen stormen. Ze ruikt etenslucht en trekt de deksel van de Cadac open. Ze vroeg: ben je ei aan het bakken ofzo? Ik vond het een beetje een rare opmerking. Ze wachtte niet op het antwoord, en rende door naar de caravan. Ze kwam naast mij zitten en zei: “Mama, ik moet even wat zeggen.” Aan haar toon en lichaamstaal dacht ik… tuurlijk… Ik zei: “We roepen papa erbij”. Ze zei: “Iemand heeft mijn borsten aangeraakt.” Ze moest op schoot komen zitten bij [verdachte] . Dat voelde raar, het voelde niet goed maar ze durfde niet te weigeren. Toen zijn ze gaan rijden. Hij ging eerst over haar rechter arm raar aaien, zo zei [slachtoffer] dat. Toen over haar been heen, maar niet over haar kruis. Het voelde niet goed zei ze. In die rit heeft hij over haar been en arm raar geaaid. Hij deed ook zijn hand op haar borst. Hij kneep ook in haar borst. Ik weet nog dat ik toen zei: "Heeft hij dat één keer gedaan?" Toen zei ze: "Nee ik denk wel vier of vijf keer." Tijdens dat [slachtoffer] haar verhaal aan het vertellen was in de caravan, ik zat schuin naast haar, legde ik van een afstandje mijn hand op haar been. Ik zag dat ze stil viel en verstijfde. Ik hoorde haar zeggen: "Dat wil ik dus niet." Ik wilde haar een knuffel geven, maar dat wilde ze niet.
althanshet leggen van zijn hand op, het bovenbeen van die [slachtoffer]
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
€ 1.243,14, te vermeerderen met de wettelijke rente van 4 mei 2024. Dit bedrag bestaat uit
€ 243,14 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
240 (TWEEHONDERDVEERTIG) UREN;
120 (HONDERDTWINTIG) DAGEN;
6 (ZES) MAANDEN;
€ 1.243,14, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 mei 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer] ;