ECLI:NL:RBDHA:2025:25712

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
NL25.36973
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag van Nigeriaanse eiser op basis van onvoldoende geloofwaardige verklaringen over biseksualiteit en herkomst

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 9 december 2025, wordt de afwijzing van de asielaanvraag van een Nigeriaanse eiser behandeld. De eiser, die stelt biseksueel te zijn, heeft op 5 december 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 1 augustus 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank beoordeelt de beroepsgronden van de eiser, die zijn afwijzing aanvecht op basis van de geloofwaardigheid van zijn verklaringen en de omstandigheden in Nigeria.

De rechtbank concludeert dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van de eiser en dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De rechtbank wijst erop dat de verklaringen van de eiser inconsistent en niet geloofwaardig zijn. De eiser heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe hij zijn biseksualiteit heeft ontdekt en heeft tegenstrijdige verklaringen afgelegd over zijn verleden in Nigeria, waaronder zijn relatie met een man en de omstandigheden waaronder hij Nigeria heeft verlaten. De rechtbank oordeelt dat de minister de afwijzing van de asielaanvraag terecht heeft gehandhaafd, omdat de eiser niet voldoet aan de voorwaarden van de Vreemdelingenwet 2000.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beslissing van de minister. De uitspraak is openbaar gemaakt op 9 december 2025.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.36973
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: J. van Raak).

Samenvatting

1.1
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.2
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1
Eiser heeft op 5 december 2021 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Nigeriaanse afkomst te zijn en te zijn geboren op [1972] . De minister heeft met het bestreden besluit van 1 augustus 2025 deze aanvraag in de verlengde asielprocedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.2
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft daarbij verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek staat geregistreerd onder zaaknummer NL25.36974. Hierop wordt bij afzonderlijke uitspraak beslist.
2.3
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
2.4
De rechtbank heeft het beroep op 4 november 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Het oordeel van de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij Nigeria heeft verlaten omdat hij biseksueel is en daarom problemen heeft met de Nigeriaanse autoriteiten. Zijn eerste gevoelens voor een man kreeg hij rond 1991/1992. In 2006 had eiser voor het eerst een relatie met een man, [A] , voor drie à vier jaar. In 2016 is eiser gezien toen hij op straat aan het zoenen was met een vriend. De politie heeft hem opgepakt en naar [gevangenis] gebracht. Na anderhalve week is eiser naar de rechtbank gebracht. Daar heeft hij gehoord dat hij vijftien jaar gevangenisstraf of de doodstraf door steniging zou krijgen. Welke straf het zou worden, zou hij later horen. Op 5 maart 2016 heeft er een gevangenisuitbraak plaatsgevonden. Eiser is toen naar Kogi State gevlucht. In februari 2017 heeft eiser Nigeria verlaten. Bij terugkeer naar Nigeria vreest eiser voor de Nigeriaanse politie.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Biseksuele geaardheid en daardoor ondervonden problemen.
5. De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. De door eiser gestelde biseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen heeft de minister echter niet geloofwaardig geacht.
6. De verklaringen van eiser vormen volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel. Ook kan eiser volgens de minister in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd. Eiser voldoet daarmee niet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c en e, van de Vreemdelingenwet 2000. Bij de besluitvorming zijn de thema’s, die conform Werkinstructie 2019/17 zijn besproken in het gehoor, meegewogen. Ook is rekening gehouden met het referentiekader van eiser. Met betrekking tot de door eiser gestelde biseksualiteit en de daardoor ondervonden problemen heeft de minister het volgende overwogen. Allereerst stelt de minister dat eiser onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij erachter is gekomen dat hij ook op mannen valt en wat dat persoonlijk met hem deed. Eiser heeft hier veelal summier en daarmee ook oppervlakkig over verklaard. De hoormedewerker heeft eiser door middel van verschillende vraagstellingen gevraagd naar zijn gevoelens en gedachten, maar zijn antwoorden bestaan veelal uit één zin waarin eiser weinig inzicht geeft. Aangezien eiser uit een maatschappij komt waarbij dergelijke gevoelens niet gangbaar zijn in de publieke discourse, mag van eiser worden verwacht dat hij kan aangeven welke gedachtes, overwegingen en conclusies hij heeft doorlopen. Daarbij geldt ook dat eiser op volwassen leeftijd tot de ontdekking is gekomen dat hij gevoelens had voor mannen. Dat betekent dat hij op een leeftijd was dat van hem kan worden verwacht dat hij zich bewuster is van de mogelijke implicaties van zijn gevoelens en wensen en dat hij daarover uitleg kan geven. Door de summiere verklaringen, ontbreken zijn antwoorden aan authenticiteit. Verder kan eiser weinig vertellen over zijn relatie met [A] . Zo weet hij de leeftijd en achternaam van [A] niet en heeft hij summier en vaag verklaard over wat er gebeurd is op het feestje waar [A] en eiser elkaar hebben leren kennen. Verder heeft eiser wisselend verklaard over de relatie met de moeder van zijn kinderen en zijn burgerlijke staat. Daarnaast rijmen de antwoorden van eiser niet altijd met elkaar. Zo heeft hij bijvoorbeeld gesteld dat hij geen andere homo- of biseksuelen tegenkwam in Nigeria, terwijl hij wel een aantal seksuele contacten stelt te hebben gehad. Verder weet eiser weinig over de wetgeving rondom homoseksualiteit in Nigeria. Dat de doodstraf door steniging aan hem zou worden opgelegd is bijvoorbeeld niet in lijn met de landeninformatie. Ook kent eiser geen lhbti-organisaties in Nigeria, terwijl het – gelet op het feit dat eiser heeft aangegeven het belangrijk te vinden om op te komen tegen discriminatie – in de lijn der verwachting had gelegen dat eiser enig onderzoek zou hebben uitgevoerd naar organisaties die daarvoor strijden in zijn land van herkomst. Verder vindt de minister het niet aannemelijk dat de gevangenisuitbraak heeft plaatsgevonden. De minister rekent eiser zwaar aan dat hij een krantenartikel over de vermeende gevangenisuitbraak heeft overgelegd dat door Bureau Documenten vals bevonden is. De authenticiteit van het door eiser overgelegde online nieuwsbericht wordt ook sterk in twijfel getrokken. Verder vindt de minister dat eisers verklaringen over de stappen na de vermeende uitbraak ongerijmd en niet aannemelijk zijn. Aangezien de gevangenneming een belangrijk onderdeel vormt in de verklaringen omtrent eisers gestelde problemen, doet dat afbreuk aan alle andere verklaringen over eisers problemen. Ook heeft eiser volgens de minister tegenstrijdig verklaard over zijn laatste woonadres en het moment dat hij Nigeria heeft verlaten. Ten slotte werpt de minister eiser tegen dat hij steeds wisselend heeft verklaard. Het betreffen zulke ingrijpende gebeurtenissen dat van eiser mag worden verwacht dat hij daarover in grote lijnen consistent en inzichtelijk kan verklaren.
Referentiekader
7.1
Eiser voert aan dat de minister niet kenbaar heeft getoetst aan het referentiekader. Omdat de gehoormedewerker de vragen kort en eenvoudig heeft gehouden, heeft eiser ook kort geantwoord. Dit kan eiser niet worden verweten, omdat dat het kader is dat het medisch advies heeft geschetst. Gelet op het referentiekader en de samenwerkingsverplichting had eiser meer ‘hulp’ moeten krijgen van de gehoormedewerker.
7.2
De rechtbank is van oordeel dat uit het voornemen en het bestreden besluit blijkt dat de minister tijdens het nader gehoor en bij de geloofwaardigheidsbeoordeling voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser en het uitgebrachte advies van medTadvies van 21 januari 2025. Uit het advies blijkt dat eiser last kan hebben van toenemende spanning en stress. Daarom staat in het advies het verzoek om eiser ondersteunend te benaderen en het oplopen van spanning te vermijden, zo nodig tijdig een pauze aan te bieden en eiser de gelegenheid te geven om tot rust te komen. Omdat eiser een soms wisselende verkorte concentratie kan ervaren, wordt ook verzocht om korte, eenvoudige en gerichte vragen te stellen en wanneer nodig de vraag te herhalen. De rechtbank overweegt dat de gehoormedewerker steeds aan eiser heeft gevraagd hoe het met hem gaat en dat eiser steeds heeft aangegeven dat hij in staat was om het nader gehoor voort te zetten. De gehoormedewerker heeft eiser veel pauzes gegeven en beide hoordagen rond 14.00 uur beëindigd. Ook heeft de gehoormedewerker korte vragen aan eiser gesteld. Dat dit vanzelfsprekend tot korte antwoorden zou leiden, volgt de rechtbank niet. Verder heeft eiser niet geconcretiseerd op welke punten hem niet mocht worden tegengeworpen dat hij summier en tegenstrijdig heeft verklaard vanwege zijn referentiekader. Dat niet zou zijn voldaan aan de samenwerkingsplicht, volgt de rechtbank niet. Het is immers aan eiser om zijn asielrelaas aannemelijk te maken. De beroepsgrond slaagt niet.
Relatie met [A]
8.1
Eiser voert aan dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat hij te weinig over [A] heeft verklaard. De relatie met [A] heeft bijna twintig jaar geleden plaatsgevonden en ze zagen elkaar niet dagelijks, maar ongeveer twee keer per week. Ook had eiser geen toekomstplannen met [A] en hield hij de relatie geheim.
8.2
De rechtbank is van oordeel dat de minister eiser heeft mogen tegenwerpen dat hij weinig over [A] kan verklaren. Volgens eiser hebben zij drie à vier jaar een relatie gehad en zagen zij elkaar (volgens de beroepsgronden) ongeveer twee keer per week. De minister heeft het standpunt mogen innemen dat er geen sprake hoeft te zijn van serieuze toekomstplannen om elkaar toch te leren kennen. Ook het enkele tijdsverloop maakt dat niet anders. De minister heeft aan eiser mogen tegenwerpen dat hij de leeftijd en achternaam van [A] niet weet en dat hij summier heeft verklaard over de avond dat hij [A] leerde kennen. Verder heeft eiser niet geconcretiseerd hoe zijn referentiekader maakt dat hij niet veel over [A] kon vertellen. De beroepsgrond slaagt niet.
Moeder van de kinderen
9.1
Eiser voert aan dat de minister ten onrechte niet de moeite heeft genomen om hem te vragen waarom hij wisselend heeft verklaard over de relatie met de moeder van zijn kinderen en dat het niet zou gaan om zeer tegenstrijdige verklaringen.
9.2
De rechtbank overweegt als volgt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft in de uitspraak van 19 januari 20241 geoordeeld dat uit artikel 16 van de Procedurerichtlijn niet volgt dat dat de minister de vreemdeling alleen tegenstrijdigheden mag tegenwerpen waarmee de vreemdeling tijdens het nader gehoor is geconfronteerd. Eiser heeft daarnaast met zijn zienswijze de gelegenheid gehad om te reageren op de tegenstrijdigheden die hem in het voornemen zijn tegengeworpen. Dat de minister ter zake in strijd met de samenwerkingsverplichting zou hebben gehandeld volgt de rechtbank dan ook niet. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister het standpunt heeft mogen innemen dat eiser wisselend heeft verklaard over zijn burgerlijke staat. Zo heeft hij bij zijn aanvraag aangegeven dat hij gescheiden is, tijdens het Dublingehoor dat hij alleenstaand is, en tijdens het aanmeldgehoor dat hij de moeder van zijn kinderen een huwelijksaanzoek heeft gedaan en dat hij op het laatste adres waar hij heeft gewoond met haar heeft samengewoond. Tijdens het nader gehoor heeft eiser echter verklaard dat de moeder van zijn kinderen en hij uit elkaar zijn gegaan en dat hij nooit met haar heeft samengewoond. De minister heeft het standpunt mogen innemen dat eiser onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt wat voor relatie hij heeft (gehad) met de moeder van zijn kinderen en dat hij met de toelichting in zijn beroep niet concreet heeft gemaakt dat er geen sprake is van tegenstrijdigheden. De beroepsgrond slaagt niet.
Contact met andere homo- en biseksuelen in Nigeria
10.1
Eiser voert aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen, omdat hij inderdaad wisselend heeft verklaard over of hij contact had met andere homo- en biseksuelen in Nigeria, maar dat dat niet aan hem mag worden tegengeworpen, omdat de minister hem daar niet mee heeft geconfronteerd tijdens het nader gehoor.
10.2
De rechtbank volgt eisers stelling dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen niet en wijst ter zake op de hiervoor in 9.2 reeds genoemde uitspraak van de Afdeling van 19 januari 2024 waarin is geoordeeld dat uit artikel 16 van de Procedurerichtlijn niet volgt dat dat de minister de vreemdeling alleen tegenstrijdigheden mag tegenwerpen waarmee de vreemdeling tijdens het nader gehoor is geconfronteerd. Eiser is uitgebreid gehoord en de gehoormedewerker heeft eiser tijdens het nader gehoor meerdere keren met tegenstrijdigheden geconfronteerd. De minister had eiser tijdens het nader gehoor niet met iedere inconsistentie hoeven confronteren. Bovendien heeft eiser met de zienswijze de gelegenheid gehad om te reageren op de tegenstrijdigheden die hem in het voornemen zijn tegengeworpen. De beroepsgrond slaagt niet.
Wetgeving in Nigeria ten aanzien van homoseksualiteit
11.1
Eiser voert aan dat hij geen onjuiste informatie heeft gegeven over de wetgeving in Nigeria ten aanzien van homoseksualiteit. De door eiser genoemde gevangenisstraf is in lijn met de wetgeving, evenals de doodstraf door steniging.
11.2
De rechtbank overweegt als volgt. De minister stelt zich op het standpunt dat uit landeninformatie2 blijkt dat de doodstraf door steniging in de noordelijke deelstaten van Nigeria waar de sharia van kracht is, kan worden opgelegd in geval van ‘same-sex sexual activity between men and between women’. Eiser komt uit Zuid-Nigeria. Daarom zal de doodstraf door steniging volgens de minister niet van toepassing zijn op eiser. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat dit in eisers nadeel weegt voor wat betreft de vraag of hij daadwerkelijk bij de rechtbank zou zijn geweest en een straf zou hebben gekregen. Het zou van eiser verwacht mogen worden dat hij weet hoe dit niet alleen in zijn algemeenheid, maar zeker ook in zijn specifieke geval is. De beroepsgrond slaagt niet.
Documenten
Krantenartikel
12.1
Eiser voert aan dat Bureau Documenten onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar het door hem overgelegde krantenartikel. Het blijft voor eiser onduidelijk hoe Bureau Documenten tot de genomen conclusies is gekomen. Het klemt temeer nu het krantenartikel op meerdere plekken fouten bevat en de minister ook bekend is met het feit dat krantenartikelen/documenten uit Nigeria niet altijd met de uiterste zorgvuldigheid worden opgemaakt. Het is volgens eiser plausibel dat de krant op deze wijze is verschenen en geen vervalsing is.
12.2
De rechtbank overweegt als volgt. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling3 is een advies van Bureau Documenten een deskundigenadvies aan de minister ten behoeve van de uitvoering van zijn bevoegdheden, waarop de minister in beginsel mag afgaan. De minister moet wel nagaan of het advies van Bureau Documenten op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen (zorgvuldigheid), de redenering daarin begrijpelijk is (inzichtelijkheid) en de getrokken conclusies daarop aansluiten (concludentie). Als dat het geval is, mag de minister in beginsel van de juistheid van het advies uitgaan. Eiser kan de zorgvuldigheid, inzichtelijkheid en concludentie van een deskundigenadvies betwisten door middel van een contra-expertise, dan wel door concrete aanknopingspunten voor inhoudelijke twijfel aan te voeren.
2 Equaldex, LGBT Rights in Nigeria, https://www. [website] , geraadpleegd op
3 november 2025.
3 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1764.
12.3
De minister heeft in beroep een vergewisbrief van Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT) overgelegd, gedateerd op 30 april 2025. Daarin komt TOELT, na inzage te hebben verkregen in de onderliggende stukken van de verklaring van onderzoek Bureau Documenten, tot de conclusie dat de verklaring van onderzoek inhoudelijk inzichtelijk is. De minister heeft daarmee voldaan aan zijn vergewisplicht.
12.4
De rechtbank ziet in de beroepsgronden geen aanleiding tot twijfel aan het advies van Bureau Documenten en de vergewisbrief. Eiser heeft geen contra-expertise overgelegd en is ook niet met andere concrete aanknopingspunten voor inhoudelijke twijfel gekomen. De enkele stellingen van eiser dat Bureau Documenten geen opmerking heeft geplaatst over de verkeerd gespelde datum rechtsboven op pagina 2 van de krant, dat het enigszins te volgen is dat eiser pagina 5/6 zou willen vervalsen maar niet dat hij pagina 11/12 zou willen vervalsen en dat het onduidelijk blijft waarom eiser dan niet de hele krant heeft vervalst of de datum op alle pagina’s heeft aangepast, zijn geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan het advies van Bureau Documenten. De minister heeft daarom de authenticiteit van het krantenartikel in twijfel mogen trekken. De beroepsgrond slaagt niet.
Online nieuwsbericht
13.1
Wat betreft het online nieuwsbericht voert eiser aan dat dit afkomstig is van een nieuwswebsite die erg actief is met het brengen van nieuws. Het is daarom niet onaannemelijk dat artikel berust op de waarheid.
13.2
De rechtbank stelt vast dat het online nieuwsbericht drie jaar na het verschijnen van het door eiser overgelegde krantenartikel is verschenen en dezelfde tekst – en spelfouten – bevat. De rechtbank kan daarom volgen dat de minister de authenticiteit van het online nieuwsbericht sterk in twijfel trekt. De beroepsgrond slaagt niet.
Terugkeerbesluit en inreisverbod
14.1
Eiser voert aan dat hij tijdens het nader gehoor heeft gesproken over zijn huidige relatie in Nederland, maar dat dit niet is meegenomen bij het opleggen van het terugkeerbesluit. Dit is mogelijk in strijd met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het terugkeerbesluit is daarom onzorgvuldig tot stand gekomen. Nu het terugkeerbesluit geen stand kan houden, kan er ook geen inreisverbod worden opgelegd. Tevens is het inreisverbod onevenredig en onrechtmatig, omdat eiser nu de eerstkomende twee jaar geen invulling kan geven aan zijn relatie in de Europese Unie.
14.2
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister op goede gronden het terugkeerbesluit en inreisverbod opgelegd. Eisers beroep op artikel 8 van het EVRM slaagt niet. Eiser heeft zijn gestelde relatie en gezinsleven nauwelijks geconcretiseerd en in het geheel niet onderbouwd met bewijsstukken. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

15. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat bij deze uitkomst geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Hummel, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
09 december 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.