ECLI:NL:RBDHA:2025:25669

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
C/09/681587 / FA RK 25-1775
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging van het ouderlijk gezag in het belang van de minderjarige

Op 2 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende de wijziging van het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige]. De moeder, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. D. Vurdelja, heeft verzocht om het ouderlijk gezag te wijzigen, zodat uitsluitend aan haar het gezag toekomt. De vader, die niet ter zitting is verschenen, heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ouders een affectieve relatie hebben gehad en samen de ouders zijn van de minderjarige, geboren op [geboortedatum 1] 2023. De minderjarige heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder en zij oefenen gezamenlijk gezag uit. De moeder heeft echter aangegeven dat de vader nauwelijks betrokken is bij het leven van de minderjarige en dat zij problemen ondervindt bij het verkrijgen van toestemming van de vader voor belangrijke beslissingen. De rechtbank heeft overwogen dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarige klem of verloren raakt tussen de ouders, en dat het in het belang van het kind noodzakelijk is om de wijziging van het gezag door te voeren. De rechtbank heeft daarom het verzoek van de moeder toegewezen en bepaald dat voortaan alleen zij met het gezag over de minderjarige belast is, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummers: FA RK 25-1775
Zaaknummers: C/09/681587
Datum beschikking: 2 december 2025

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 11 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Vurdelja te ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 21 maart 2025 van de zijde van de moeder;
  • het F9-formulier van 24 maart 2025 van de zijde van moeder, met bijlage.
Op 18 november 2025 is de zaak behandeld op de zitting van deze rechtbank. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder met haar advocaat en stagiaire;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De vader is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter zitting verschenen.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1].
  • De minderjarige heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt:
- het ouderlijk gezag over [minderjarige] te wijzigen, in die zin dat uitsluitend aan de moeder het gezag toekomt;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad;
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Eenhoofdig gezag
De moeder verzoekt eenhoofdig belast te worden met het gezag over [minderjarige]. De vader heeft bij de erkenning van [minderjarige] het gezag over hem gekregen, maar is sindsdien nauwelijks betrokken bij hem. Volgens de moeder heeft hij [minderjarige] maar een paar keer gezien, waarbij de laatste keer meer dan een jaar geleden was. Het lukt de moeder niet altijd om (tijdig) toestemming te krijgen als dat nodig is. De moeder heeft geen telefoonnummer van de vader, en zij heeft inmiddels ook vrijwel geen contact meer met de familie van de vader. Recent heeft de moeder pas toestemming gekregen voor de peuterspeelzaal na tussenkomst van haar advocaat. De moeder voorziet voor de langere termijn problemen met het kunnen nemen van beslissingen, waarbij zij zich met name zorgen maakt over noodsituaties waarin ze de vader niet kan bereiken. Tot slot heeft de vader vanwege zijn afwezigheid in het leven van [minderjarige] geen weet van wat in zijn belang is. Volgens de moeder zijn daarom aan beide gronden voor het beëindigen van het gezag van de vader voldaan.
De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over het kind blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, als later de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van voornoemd artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan dus worden beëindigd als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hier binnen afzienbare tijd voldoende verbetering in zou komen, of als wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank oordeelt dat er in dit geval sprake is van een onaanvaardbaar risico dat [minderjarige] klem en verloren komt te zitten, en ook dat het anderszins in zijn belang is dat de moeder alleen met het gezag wordt belast. Het is de rechtbank duidelijk geworden dat de vader niet betrokken is in het leven van [minderjarige] en hem al meer dan een jaar niet gezien heeft. Dat de vader niet betrokken is in het leven wordt bevestigd door het feit dat de vader niet ter zitting is verschenen en ook geen schriftelijk verweer heeft gevoerd. Voor de uitoefening van gezamenlijk gezag is vereist dat ouders met elkaar in overleg beslissingen kunnen nemen. Daar is in dit geval geen sprake van, nu het de moeder niet lukt om de vader te bereiken. De moeder draagt de volledige zorg en verantwoordelijkheid voor [minderjarige] en moet daarom indien nodig beslissingen kunnen nemen, zonder dat daar de tussenkomst van een advocaat of rechter voor nodig is.
De rechtbank wijst alles overwegende daarom het verzoek van de moeder toe, en bepaalt dat voortaan alleen zij met het gezag over [minderjarige] belast is.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op [geboortedatum 2] 2002 te [geboorteplaats 2], het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 2 december 2025.