ECLI:NL:RBDHA:2025:25614
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsaanvragen op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet en artikel 8 EVRM wegens ontbreken uitzonderlijke omstandigheden
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw gehuwd met een Nederlandse echtgenoot, heeft twee verblijfsaanvragen ingediend: een op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en een voor verblijf als familie- of gezinslid. Beide aanvragen werden door verweerder afgewezen vanwege het ontbreken van een geldig paspoort, het niet voldoen aan het mvv-vereiste en het ontbreken van een duurzame relatie of eerdere uitoefening van vrij verkeer door de referent.
De rechtbank heeft de beroepen van eiseres behandeld en beoordeeld of verweerder de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro correct heeft uitgevoerd. Verweerder erkent het beschermenswaardige familieleven tussen eiseres en haar echtgenoot, maar weegt dit af tegen het algemeen belang van Nederland bij een restrictief toelatingsbeleid. De rechtbank oordeelt dat verweerder alle relevante feiten heeft betrokken en dat de belangenafweging een fair balance vormt.
Eiseres heeft aangevoerd dat er bijzondere omstandigheden zijn, zoals analfabetisme, de coronapandemie en gebrekkige rechtsbijstand, maar deze zijn niet voldoende onderbouwd of kunnen niet als uitzonderlijk worden aangemerkt. Ook de sociale en economische bindingen van de referent met Nederland wegen niet zwaarder dan het algemeen belang. De rechtbank concludeert dat de afwijzing van de verblijfsaanvragen terecht is en verklaart de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen van eiseres af en bevestigt de afwijzing van haar verblijfsaanvragen wegens het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden.