ECLI:NL:RBDHA:2025:25598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 lid 3 Vreemdelingenwet
Bij besluit van 12 december 2025 is aan eiser een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. Verweerder diende een kennisgeving in die gelijkgesteld werd met een tweede beroep.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring gerechtvaardigd was vanwege het grensbewakingsbelang en dat de beslissing over het toepassen van een lichter middel bij verweerder lag. Eiser had geen concrete medische feiten of omstandigheden aangevoerd die een lichter middel rechtvaardigden. Het Justitieel Complex Schiphol werd als een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie aangemerkt.
De rechtbank vond geen grond om de maatregel onrechtmatig te achten en verklaarde het eerste beroep ongegrond. Het tweede beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang ontbrak. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter J. Holleman en griffier J.R. Froma op 31 december 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.