ECLI:NL:RBDHA:2025:25549
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring
Verweerder is sinds 30 september 2025 in vreemdelingenbewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 8 oktober 2025 bevestigd en beoordeelt nu het voortduren van de bewaring sinds die datum.
Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting vanwege de lange duur van de lp-aanvraag en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Tevens beroept eiser zich op een advies van de advocaat-generaal bij het HvJEU dat alle perioden van bewaring in aanmerking moeten worden genomen bij de maximale duur van 18 maanden.
De rechtbank oordeelt dat er wel zicht is op uitzetting, gezien toezeggingen van de Marokkaanse autoriteiten, en dat verweerder voldoende inspanningen levert, waaronder periodiek rappelleren en vertrekgesprekken. Ook is geen sprake van overschrijding van de maximale duur van bewaring, mede omdat tussen eerdere bewaringen jaren zijn verstreken zonder dat eiser zich inspande voor terugkeer.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.