In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eisers behandeld die hebben geklaagd over het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op hun asielaanvragen, ingediend op 15 november 2023. De minister had op 17 maart 2025 besloten de aanvragen niet in behandeling te nemen, omdat Tsjechië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Echter, de rechtbank heeft eerder, op 5 juni 2025, deze besluiten vernietigd en de minister opgedragen om binnen zestien weken nieuwe besluiten te nemen. De minister heeft deze termijn niet nageleefd, wat heeft geleid tot het indienen van beroep door de eisers. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, en legt de minister een beslistermijn van acht weken op, te rekenen vanaf de bekendmaking van deze uitspraak. Indien de minister deze termijn overschrijdt, is hij een dwangsom van € 100,- per dag verschuldigd, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de eisers vergoeden, vastgesteld op € 453,50.