Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 9 juni 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt het ‘8+8 wekenmodel’ toegepast, waardoor de minister binnen een termijn van zestien weken moet beslissen. Na een nader gehoor op 20 november 2025 geldt een nieuwe termijn van acht weken vanaf de dag na deze uitspraak.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 indien de minister de beslistermijn overschrijdt. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.