ECLI:NL:RBDHA:2025:25476
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M. Nieuwenhuijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende risico op onmenselijke behandeling en geen schending recht op privéleven
Een vrouw uit Colombia vroeg asiel aan in Nederland vanwege de problematische situatie met haar drugsverslaafde zoon en de daaruit voortvloeiende bedreigingen door Venezolaanse drugsbendes. Verweerder wees de aanvraag af omdat de situatie niet viel onder de beschermingsgronden van het Vluchtelingenverdrag en er geen aannemelijk risico op ernstige schade was. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat eiseres zich elders in Colombia kon vestigen om confrontatie te vermijden en dat de politie bescherming kan bieden.
Eiseres voerde aan dat zij door de langdurige problematiek en het geweld een onmenselijke behandeling zou ondergaan bij terugkeer, wat strijdig is met artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde echter dat de problemen niet ernstig genoeg waren en dat er geen actuele, persoonlijke bedreiging was. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro, het recht op privéleven, werd verworpen omdat de omstandigheden niet uitzonderlijk waren en het verblijf in Nederland geen reden gaf om uitzetting te weigeren.
De rechtbank concludeerde dat de asielaanvraag terecht was afgewezen en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak is openbaar en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en het terugkeerbesluit.