ECLI:NL:RBDHA:2025:25468
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M. Nieuwenhuijs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging asielbesluit wegens motiveringsgebrek, rechtsgevolgen blijven in stand
Eiser, een Iraakse man van Jezidi-afkomst, vroeg asiel aan wegens discriminatie en bedreiging in Irak. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij persoonlijk een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat doordat verweerder niet duidelijk heeft gemaakt hoe rekening is gehouden met het referentiekader van eiser, zoals zijn lage opleidingsniveau en de beslotenheid van de Jezidi-gemeenschap. Daarom wordt het besluit vernietigd.
Desondanks laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat verweerder het motiveringsgebrek ter zitting heeft hersteld en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij hierdoor benadeeld is. De rechtbank vindt de verklaringen van eiser over het incident en de bedreiging ongeloofwaardig en stelt dat de discriminatie van Jezidi’s in Irak niet ernstig genoeg is om een asielvergunning te rechtvaardigen.
Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €1.814,- toegewezen. Het hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; eiser krijgt proceskostenvergoeding.