In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eiseres tegen de minister van Asiel en Migratie behandeld. Eiseres had eerder een beroep ingesteld dat gegrond werd verklaard, waarbij de minister werd verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op haar asielaanvraag. De rechtbank had ook een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn werd overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres heeft nu een tweede beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 14 juni 2023. De rechtbank oordeelt dat een nieuwe ingebrekestelling niet nodig is voor dit tweede beroep. De rechtbank constateert dat de minister de eerder opgelegde beslistermijn van twee weken niet heeft nageleefd en dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van vier weken op, te rekenen vanaf de bekendmaking van deze uitspraak. Tevens wordt de minister opnieuw een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres krijgt ook de proceskosten vergoed, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is openbaar gemaakt en eiseres kan binnen zes weken een verzetschrift indienen als zij het niet eens is met deze uitspraak.