Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.WAARDEVASTGOED HOLLAND V C.V., te Vianen,
STICHTING BEHARTIGING BELANG PARTICIPANTEN CAPITAL SCIENCE V, te Lisse,
1.STICHTING WAARDEVASTGOED HOLLAND V, te Vianen,
2.[gedaagde 2] , te [woonplaats 1] ,
3.[gedaagde 3] , te [woonplaats 2] ,
4.WAARDEVASTGOED BEHEER V B.V. (IN LIQUIDATIE), te Vianen,
BELFORT ASSET MANAGEMENT B.V. (IN LIQUIDATIE), te Terneuzen,
6.ORABEL B.V.te Katwijk,
7.[gedaagde 4] , te [woonplaats 3] ,
8.[gedaagde 5] , te [woonplaats 4] ,
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
3.De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
beherend vennootvan de CV en als zodanig belast met het dagelijks bestuur van de CV;
bewaarderin de zin van (destijds) de Wet toezicht beleggingsinstellingen (‘Wtb’), inmiddels op basis van de Wet financieel toezicht (‘Wft’). Als bewaarder is de Stichting belast met de bewaring van de activa van de CV. Ook lopen alle geldstromen van de CV via (de bankrekening van) de Stichting;
beheerderin de zin van de Wtb (inmiddels de Wft). Als beheerder is WVGH belast met het administratief, financieel, commercieel en technisch beheer over het vastgoedtraject.
4.Het geschil
Primair: voor recht verklaart dat geen rechtsgeldig besluit tot ontbinding van de CV is genomen, dat de CV niet is ontbonden en niet in liquidatie verkeert; of
(in de dagvaarding: vordering VIII)voor recht verklaart dat de Bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld jegens SBB c.s. door het aangaan en uitvoeren van de Overeenkomst 2014 en het Addendum 2014 en dat de Bestuurders daarvoor aansprakelijk zijn jegens SBB c.s., met veroordeling tot vergoeding van de door SBB c.s. geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat;
(in de dagvaarding: vordering: IX)voor recht verklaart dat de door de Bestuurders gemaakte proceskosten of kosten voor uitvoering van het vonnis voor hun rekening komen en niet, op grond van enige overeenkomst of andere grondslag, door SBB c.s. worden gedragen;
(in de dagvaarding: vordering X)de Stichting en de Bestuurders beveelt over te gaan tot overdracht aan SBCS van de liquiditeiten, (financiële) administratie, jaarstukken, overeenkomsten en correspondentie met betrekking tot de CV, op straffe van een dwangsom;
5.De beoordeling
allebesluiten met een drie-vierde meerderheid kunnen worden genomen, dus ook een besluit als bedoeld in artikel 14 lid 3 onder Pro a.
commanditaire vennoten, aldus SBB c.s.
allevennoten ziet, op commanditaire maar dus ook op de beherend vennoot. Daarnaast is vervanging van de beherend vennoot een verstrekkende beslissing, die in beginsel unanieme toestemming van de vennoten vereist. [2] Indien de opstellers van de CV-akte niet de bedoeling hadden om met artikel 14 lid 3 onder Pro a ook de vervanging van de beherend vennoot te regelen, dan had mogen worden verwacht dat zij elders in artikel 14 lid 3 een Pro specifieke regeling voor besluiten tot vervanging van de beherend vennoot hadden opgenomen. [3] Het is niet aannemelijk dat de opstellers van de CV-akte zo’n belangrijk besluit onder de categorie ‘overig besluit’ met een drie/vierde meerderheidsdrempel hebben willen laten vallen, terwijl bijvoorbeeld de vervanging van de beheerder of de bewaarder wel expliciet is geregeld én door unanimiteit moet worden gedragen. Ook dat onderschrijft dus de uitleg van de gedaagden en niet die van SBB c.s.
allevennoten. Anders dan SBB c.s. betoogt, geldt dit unanimiteitsvereiste niet uitsluitend indien de CV ten tijde van het besluit nog eigenaar is van registergoederen. Uit de taalkundige formulering van artikel 14 lid 3 volgt Pro duidelijk dat de in artikel 14 lid 3 onder Pro f achter de eerste komma geplaatste toevoeging “indien de vennootschap ten tijde van het nemen van dit besluit (..) eigenaar of rechthebbende is van registergoederen” uitsluitend ziet op de daarvoor onder f genoemde besluiten tot ontbinding en/of vereffening van de CV, en niet op de besluiten genoemd in lid 3 onder a tot en met e. Dat volgt ook uit het feit dat in de tweede volzin van lid 3 expliciet is toegelicht dat een besluit tot ontbinding en/of vereffening van de CV met een drie/vierde meerderheid kan worden genomen, indien de CV ten tijde van het nemen van dat besluit geen eigenaar meer is van registergoederen. Dat de oprichter van de CV ( [gedaagde 4] ) thans in een door SBB c.s. ingebrachte schriftelijke verklaring schrijft dat het de bedoeling van de oprichters van de CV is geweest om alle besluiten genoemd onder (a) tot en met (f) met een drie/vierde meerderheid te kunnen nemen zodra de CV geen vastgoed meer in eigendom had, leidt niet tot een ander oordeel. De door hem gestelde bedoeling blijkt immers niet uit de tekst van de CV-akte of uit andere objectief kenbare stukken. Zijn verklaring legt voor de uitleg dus geen gewicht in de schaal.
rechtsgeldigin hun beider vervanging hebben voorzien
overeenkomstig de CV-akte van 22 mei 2003. Uit het voorgaande volgt dat niet aan die voorwaarde is voldaan, want er is niet overeenkomstig artikel 14 lid 3 onder Pro a door alle vennoten voor vervanging van WVG Beheer als beherend vennoot gestemd.
het aandeel vaneen uittredende vennoot over te nemen, valt op te maken dat artikel 10 toch Pro echt is geschreven voor uittreding van commanditaire vennoten/participanten, en niet voor uittreding van de beherend vennoot WVG Beheer, die immers geen aandeel heeft in de CV. Bovendien heeft [naam 2] weliswaar op 4 maart 2022 in het handelsregister laten registreren dat WVG Beheer per 28 februari 2022 na turboliquidatie was ontbonden, maar het is niet weersproken dat ten tijde van deze turboliquidatie nog sprake was van baten, zodat WVG Beheer sinds 28 februari 2022 in liquidatie is en nog niet is opgehouden te bestaan (artikel 2:19 lid 5 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)). WVG Beheer (in liquidatie) kan zijn taken als beherend vennoot en vereffenaar van de CV nog steeds uitoefenen.
rechtsgeldig conform de bepalingen van de CV-akte was beslotendat zij door SBB zou worden vervangen. De rechtbank verwijst naar wat hiervoor onder 5.9. is overwogen. Aan die gestelde voorwaarde is niet voldaan. Belfort AM was vanwege haar turboliquidatie ook niet uitgetreden op grond van artikel 10 lid 1 van Pro de CV-akte, want die bepaling ziet alleen op uittreding van vennoten en Belfort AM is geen vennoot in de CV. Bovendien verkeert Belfort AM in liquidatie, zij was dus ook niet opgehouden te bestaan. Ook dat was dus geen reden waarom in een nieuwe beheerder zou moeten worden voorzien.
aan de CV. In de dagvaarding is gesteld dat de handelswijze van de bestuurders onrechtmatig is
jegens de CVen dat
de CV hierdoor schade heeft geleden, zie bijvoorbeeld de dagvaarding, randnummers 4.24 en 4.27. De rechtbank heeft de CV hiervoor niet-ontvankelijk verklaard. Alleen SBB is nog eisende partij. SBB heeft niet (voldoende) gesteld waarom ook sprake is van onrechtmatig handelen jegens SBB en waarom SBB ook een vordering op de Bestuurders heeft. Evenmin is gesteld waarom sprake is van ongerechtvaardigde verrijking ten koste van SBB. De vordering van SBB wordt dan ook bij gebrek aan dragende grondslag afgewezen.