In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 29 december 2025, gaat het om een beroep van eiseres, die stelt dat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op haar asielaanvraag van 15 januari 2024. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet heeft gereageerd op het verzoek van eiseres om binnen twee weken alsnog te beslissen. Hierdoor is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat de minister alsnog een besluit moet nemen op de aanvraag, waarbij rekening gehouden moet worden met het '8+8 wekenmodel'. In dit geval, gezien de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden, legt de rechtbank een kortere beslistermijn op van vier weken, te rekenen vanaf de bekendmaking van deze uitspraak. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De minister wordt ook veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50.