ECLI:NL:RBDHA:2025:25417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis echtgenote wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldigheid
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar echtgenoot (referent). De minister wees deze aanvraag af, stellende dat de familierechtelijke relatie niet aannemelijk was gemaakt en dat er risico was op een polygame situatie vanwege een eerdere huwelijk van referent. De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte een te strenge bewijsmaatstaf heeft gehanteerd door te eisen dat de relatie moest worden aangetoond in plaats van aannemelijk gemaakt.
De rechtbank stelt vast dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de religieuze huwelijksakte en de daarop gebaseerde documenten geen waarde toekomen, terwijl deze in onderlinge samenhang beoordeeld hadden moeten worden. Wel mocht de minister twijfelen aan de huwelijksakte vanwege tegenstrijdigheden met verklaringen van referent. De feitelijke gezinsband tussen eiseres en referent is volgens de rechtbank onvoldoende aannemelijk gemaakt, maar de minister heeft dit standpunt deugdelijk gemotiveerd.
De rechtbank oordeelt dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld door de originele echtscheidingsakte van het eerdere huwelijk van referent niet te kunnen traceren, wat van belang is voor de beoordeling van polygamie. Tevens is het standpunt van de minister dat het niet uitmaakt of de echtscheidingsakte authentiek is, onjuist en onvoldoende gemotiveerd. De minister heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat er een risico is op een polygame situatie. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Eiseres krijgt vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldigheid.