ECLI:NL:RVS:2023:2548
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens middelenvereiste en bewijs familierechtelijke relatie
De vreemdeling, met de Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) bij zijn echtgenote, die een verblijfsvergunning asiel bezit. De staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste en het niet aannemelijk maken van de familierechtelijke relatie. De rechtbank bevestigde deze afwijzing.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat de staatssecretaris de gunstiger voorwaarden van de Gezinsherenigingsrichtlijn niet correct had toegepast, met name de vrijstelling van het middelenvereiste voor oudere vluchtelingen. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris dit niet adequaat had onderzocht en gemotiveerd, waardoor het besluit onvoldoende was onderbouwd.
Daarnaast klaagde de vreemdeling dat de familierechtelijke relatie onvoldoende was beoordeeld, mede door het ontbreken van documenten vanwege langdurige detentie en omstandigheden in Eritrea. De Afdeling stelde dat de staatssecretaris het voordeel van de twijfel had moeten geven en aanvullend onderzoek had moeten overwegen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en beval een nieuw besluit op bezwaar. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.