ECLI:NL:RBDHA:2025:25407

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
NL25.34444
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag van een Guinese minderjarige met betwiste identiteit en herkomst

Deze uitspraak betreft de afwijzing van de asielaanvraag van een eiser van Guinese nationaliteit, die op 26 september 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 21 juli 2025 afgewezen, omdat de identiteit van de eiser niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank heeft op 17 oktober 2025 het beroep van de eiser behandeld, waarbij de gemachtigde van de eiser, de gemachtigde van de minister en een tolk aanwezig waren. De rechtbank oordeelt dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de identiteit van de eiser niet geloofwaardig is, en dat de beoordeling van de geloofwaardigheid van de identiteit gebreken vertoont. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. De rechtbank concludeert dat het beroep gegrond is, en de minister moet de proceskosten van de eiser vergoeden, die op € 1.814,- zijn vastgesteld.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.34444
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. V. Senczuk),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. I.A.G. Lodders).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiser heeft op 26 september 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Guinese nationaliteit te zijn. De minister heeft met het bestreden besluit van 21 juli 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
5. De rechtbank heeft het beroep op 17 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, K. Koyuncu als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
6. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is afkomstig uit Guinee en wordt vanwege zijn etniciteit gediscrimineerd. Eisers ouders zijn overleden waarna hij is gaan wonen bij zijn adoptievader, [persoon] . [persoon] heeft eiser na een incident geslagen en met de dood bedreigd. Eiser heeft geld van [persoon] gestolen om Guinee te kunnen verlaten. Eiser vreest bij terugkeer naar Guinee voor [persoon] vanwege het incident, de doodsbedreiging, het geld dat hij van [persoon] heeft gestolen en het feit dat [persoon] een hoge rang heeft binnen het leger.
Het bestreden besluit
7. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- discriminatie vanwege gemengde etniciteit; en
- problemen met eisers adoptievader [persoon] .
8. De minister vindt eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar eisers identiteit niet. Eiser heeft zijn identiteit niet met documenten onderbouwd. Eiser heeft een geboorteakte en een vervangende geboorteakte (jugement supplétif) overgelegd, maar volgens de minister onderbouwen deze documenten eisers identiteit niet. Daarbij vindt de minister van belang dat uit openbare informatie blijkt dat in Guinee maar weinig authentieke geboorteaktes zijn, aangezien deze overal te koop zijn. Deze documenten worden volgens de minister dus zonder identiteitsverificatie verstrekt. Bovendien blijkt uit gegevens van Italië dat eiser daar is geregistreerd onder de naam [naam] met als geboortedatum [geboortedatum] 2000. Dit wijkt af van de naam en geboortedatum die eiser in Nederland heeft opgegeven, namelijk [eiser] geboren op [geboortedatum] 2006.
9. Verder vindt de minister de discriminatie vanwege eisers gemengde etniciteit en de problemen met eisers adoptievader [persoon] geloofwaardig. Deze asielmotieven kunnen volgens de minister alleen niet leiden tot een asielvergunning, omdat de gestelde problemen niet voldoende zwaarwegend zijn. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond. Ook heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd.
10. De rechtbank stelt vast dat eiser geen beroepsgronden heeft gericht tegen de beoordeling van de zwaarwegendheid van de discriminatie die hij ervaart vanwege zijn gemengde etniciteit.
Identiteit
11. Eiser voert aan dat de minister zijn gestelde identiteit ten onrechte niet geloofwaardig vindt. Volgens eiser heeft de minister ten onrechte geen waarde gehecht aan de geboorteakte en de vervangende geboorteakte die hij heeft overgelegd en is de minister bij dat oordeel uitgegaan van gedateerde informatie. Daarbij wijst eiser erop dat er in 2021 een coup heeft plaatsgevonden in Guinee en dat de openbare informatie van de minister afkomstig is uit ambtsberichten van 2010, 2014 en 2020. Verder voert eiser aan dat de minister ten onrechte uitgaat van zijn registratie in Italië, omdat hij een plausibele verklaring heeft gegeven voor de afwijking tussen die registratie en de identiteit die hij heeft opgegeven in Nederland.

Documenten

12. De rechtbank overweegt dat het ten eerste aan de vreemdeling is om zijn identiteit aannemelijk te maken, waarbij een vrije bewijsleer geldt en waarbij de minister een samenwerkingsplicht heeft om de vreemdeling daarbij te helpen. Eiser stelt minderjarig te zijn. Eiser heeft een geboorteakte en een vervangende geboorteakte overgelegd. Op de zitting heeft de minister naar voren gebracht dat Bureau Documenten deze documenten heeft onderzocht. Bureau Documenten komt tot de conclusie dat geen uitspraak kan worden gedaan over de echtheid van de documenten en dat ook niet kan worden vastgesteld of de documenten inhoudelijk juist zijn. De minister heeft de documenten vervolgens afgezet tegen informatie uit openbare bronnen.1 Volgens de minister kan geen waarde worden gehecht aan de documenten, omdat uit de openbare bronnen blijkt dat geboorteaktes en vervangende geboorteaktes in Guinee worden verstrekt zonder enige vorm van verificatie. De documenten kunnen dus op maat worden gemaakt door de aanvragers.
13. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich met deze motivering op het standpunt heeft mogen stellen dat eiser zijn identiteit niet met documenten heeft onderbouwd. De omstandigheid dat er in 2021 een coup heeft plaatsgevonden in Guinee is op zichzelf onvoldoende aanleiding om niet meer uit te gaan van de praktijk rondom documenten zoals is beschreven in de openbare informatie die de minister heeft gebruikt. Eiser heeft niet met documenten of openbare informatie onderbouwd dat die praktijk als gevolg van de coup is gewijzigd dan wel dat die wijziging tot gevolg heeft dat wel waarde kan worden gehecht aan de overgelegde documenten. De enkele stelling van eiser dat de geboorteakte en de vervangende geboorteakte op legale wijze zijn aangemaakt en afgegeven en dat deze gelegaliseerd zijn is in beroep ook niet onderbouwd en kan daarom niet leiden tot het oordeel dat aan de documenten de waarde wordt gehecht die eiser wenst.

Nader onderzoek

14. De rechtbank overweegt dat in het beleid van de minister is opgenomen dat als een vreemdeling zijn gestelde minderjarige leeftijd niet met documenten kan onderbouwen een leeftijdsschouw (schouw) plaatsvindt om zijn leeftijd te bepalen.2 Als de minister op basis van de schouw tot de conclusie komt dat wordt getwijfeld aan de minderjarigheid van een vreemdeling, dan geldt als uitgangspunt de presumptie (het vermoeden) van minderjarigheid. Het is aan de minister om die presumptie te ontzenuwen.3
15. De rechtbank overweegt verder dat zowel de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) als de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een schouw heeft verricht. In het proces-verbaal van het verhoor van de AVIM4 wordt geconcludeerd dat er twijfel is over de gestelde minderjarigheid. In het rapport schouw van de IND5 wordt geconcludeerd dat eiser evident minderjarig is. Dit leidt tot de eindconclusie dat twijfel bestaat over eisers leeftijd en dat de minister nader onderzoek zal doen om de presumptie van minderjarigheid te ontzenuwen. Daartoe heeft de minister gegevens uit Italië gebruikt waaruit blijkt dat eiser daar is geregistreerd met een andere naam en geboortedatum dan die hij heeft opgegeven in Nederland.
16. Uit de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 20246 volgt dat de minister zich niet kan beroepen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel als hij een leeftijdsregistratie in een andere EU-lidstaat betrekt bij de beoordeling van de leeftijd van een vreemdeling. De minister mag wel gewicht toekennen aan de leeftijdsregistratie in een andere lidstaat, maar zal steeds zorgvuldig moeten onderzoeken en deugdelijk motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent en waarom. Daarbij zal de minister zo mogelijk moeten toelichten waarop de leeftijdsregistratie in de andere lidstaat is gebaseerd. Als aan een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat alleen een eigen verklaring van de vreemdeling ten grondslag ligt, dan zal de minister moeten informeren onder welke omstandigheden deze verklaring is afgelegd. De vreemdeling zal een plausibele verklaring moeten geven voor deze afwijkende verklaring, omdat deze afwijking in beginsel afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn verklaringen.
17. De rechtbank overweegt dat uit de overgelegde gegevens van de minister blijkt dat in Italië geen leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden en dat geen sprake is geweest van ‘age testing’. De minister gaat er – zo is op de zitting bevestigd – vanuit dat de leeftijdsregistratie in Italië is gedaan op basis van eisers eigen verklaring over zijn identiteit. Eiser heeft verklaard dat het heel druk was op de opvanglocatie in [locatie] , hij mede vanwege die drukte zich gedwongen voelde om haast te maken, dat de ambtenaar daar geen Frans sprak en dat er geen tolk aanwezig was. Ook heeft eiser verklaard dat hij zowel in [locatie] als later in de opvanglocatie in Sicilië heeft geprobeerd om de onjuiste identiteit te herstellen, maar dat dit niet was gelukt.7
18. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de verklaring die eiser heeft gegeven voor het afwijken van de registratie in Italië geen plausibele verklaring is. De minister stelt dat eiser niet duidelijk maakt waarom de Italiaanse autoriteiten een andere naam en geboortedatum zouden registreren dan die eiser heeft opgegeven. Ook wijst de minister erop dat eiser kan lezen en schrijven, zodat het voor hem mogelijk was om de gegevens te controleren. Daarbij gaat de minister niet in op de concrete omstandigheden die eiser heeft aangevoerd ter verklaring voor de volgens hem onjuist geregistreerde identiteit. De enkele stelling in het bestreden besluit dat de gestelde drukte en de wens om snel weg te gaan geen geldige redenen zijn, is daarvoor onvoldoende motivering. De minister legt daarmee niet uit waarom die redenen niet geldig zijn en het bestreden besluit geeft er ook geen blijk van dat de door eiser genoemde omstandigheden nader zijn onderzocht.
19. De rechtbank concludeert dan ook dat het standpunt van de minister dat de gestelde identiteit niet geloofwaardig wordt geacht, niet zorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd.
Zwaarwegendheid asielrelaas
20. De rechtbank zal de beroepsgronden die zijn gericht tegen de beoordeling van eisers vrees voor [persoon] niet bespreken. Uit het voorgaande blijkt dat de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers identiteit gebreken bevat. Dit is van belang voor de beoordeling van de zwaarwegendheid van eisers andere asielmotieven. Daarbij wijst de rechtbank erop dat de minister in het bestreden besluit in het kader van die beoordeling ook aan eiser tegenwerpt dat zijn jeugdige leeftijd ten tijde van de gestelde gebeurtenissen met [persoon] niet wordt gevolgd. Dit betekent dat de minister eisers leeftijd heeft betrokken bij de beoordeling van de zwaarwegendheid van zijn asielmotieven.

Buitenschuldvergunning

21. Voor zover eiser beroepsgronden heeft gericht tegen het feit dat de minister in het bestreden besluit niet heeft getoetst of eiser in aanmerking komt voor een vergunning op grond van het zogeheten buiten schuld beleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen stelt de rechtbank vast dat de minister dit pas kan beoordelen als opnieuw is beslist over de geloofwaardigheid van eisers leeftijd.

Conclusie en gevolgen

22. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk heeft. Het bestreden besluit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel8 en het motiveringsbeginsel9. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de asielaanvraag te nemen. Dit omdat de minister de geloofwaardigheid van eisers identiteit opnieuw zal moeten beoordelen. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
23. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor een termijn van zes weken.
24. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit van 21 juli 2025;
  • draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
  • veroordeelt de minister tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Rossum, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 24 november 2025

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
1. Algemeen ambtsbericht Guinee mei 2010; Guinee (Conakry) 2014, Thematisch ambtsbericht Guinee mei 2020 en informatie van het Unicef, beschikbaar via
[internetsite].
2 Paragraaf C1/2.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
3 Zie de uitspraak van de Afdeling van de Afdeling van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992.
4 Proces-verbaal van verhoor van 26 september 2023, pagina 4.
5 Aanmeldgehoor van 2 juni 2024, pagina 13.
6 Uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992.
7 Nader gehoor van 15 juli 2025, pagina 21 en 22.
8 Artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
9 Artikel 3:46 van de Awb.

Documentcode: [Documentcode]