Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J. Visschers).
Samenvatting
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een man van Colombiaanse nationaliteit, diende op 4 februari 2023 een asielaanvraag in vanwege zijn homoseksualiteit en eerdere slachtofferschap van seksueel geweld door zijn buurman. Hij vreesde vervolging en ernstige schade bij terugkeer naar Colombia, mede vanwege bedreigingen door de buurman die banden zou hebben met een guerrillagroep.
De minister wees de aanvraag op 22 augustus 2024 af, stellende dat er geen voldoende zwaarwegende redenen waren voor het verlenen van asiel. De minister baseerde zich onder meer op het Algemeen ambtsbericht Colombia 2022 en 2024, waarin werd gesteld dat er geen algemene vervolging van LHBTI-personen plaatsvindt en dat bescherming door de autoriteiten mogelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de algemene situatie voor homoseksuelen in Colombia geen gegronde vrees voor vervolging oplevert. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiser, waaronder discriminatie op school en werk, het seksueel misbruik en de bedreigingen door de buurman, leiden niet tot een aannemelijke vrees voor ernstige schade of vervolging bij terugkeer.
De rechtbank wees erop dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij als slachtoffer van seksueel geweld een risicogroep vormt en dat de vermoedens over de banden van de buurman met de guerrilla onvoldoende zijn onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade.