Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J. Visschers).
Samenvatting
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Deze uitspraak betreft de afwijzing van de asielaanvraag van een Colombiaanse eiser die homoseksueel is en als minderjarige slachtoffer is geworden van seksueel geweld door zijn buurman. De eiser heeft op 4 februari 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, maar deze is door de minister van Asiel en Migratie op 22 augustus 2024 afgewezen. De rechtbank heeft het beroep van de eiser op 24 april 2025 behandeld. De eiser stelt dat hij bij terugkeer naar Colombia vreest voor vervolging vanwege zijn homoseksualiteit en de bedreigingen van zijn buurman, die banden zou hebben met een gewapende groep. De minister heeft echter geconcludeerd dat de asielmotieven van de eiser niet voldoende zwaarwegend zijn om een asielvergunning te verlenen. De rechtbank heeft in haar oordeel verwezen naar de algemene situatie van homoseksuelen in Colombia en de beschermingsmogelijkheden die er zijn. De rechtbank oordeelt dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat er geen gegronde vrees voor vervolging is en dat de persoonlijke omstandigheden van de eiser niet voldoende zijn om aan te nemen dat hij bij terugkeer in Colombia ernstig gevaar loopt. De rechtbank verklaart het beroep van de eiser ongegrond, wat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft.