ECLI:NL:RBDHA:2025:25370

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
C/09/689120 / FA RK 25-5648
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 223 RvArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige omgangsregeling en verwijzing naar mediation na verhuizing minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde op 28 november 2025 een verzoek van de vader om een verbod op verhuizing van de moeder met de minderjarige naar een andere provincie en wijziging van de omgangsregeling. De moeder was in juni 2025 met de minderjarige verhuisd, waardoor de bestaande omgangsregeling niet meer uitvoerbaar was.

De vader trok zijn verzoek tot verbod op verhuizing in, waarna de rechtbank zich richtte op de wijziging van de omgangsregeling. Gezien de gewijzigde omstandigheden en het feit dat de vader de minderjarige sinds de verhuizing niet meer had gezien, stelde de rechtbank een nieuwe omgangsregeling vast. Deze voorziet in om de week op zaterdag omgang bij de vader met vervoer via het station en vanaf januari 2026 een weekendverblijf van zaterdagmiddag tot zondagmiddag.

Daarnaast is afgesproken dat vader en minderjarige wekelijks op woensdag videobellen. De rechtbank verwees de ouders naar mediation om verdere geschilpunten over omgang en gezag onder begeleiding te bespreken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank stelde een gewijzigde voorlopige omgangsregeling vast en verwees ouders naar mediation na verhuizing van de minderjarige.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-5648
Zaaknummer: C/09/689120
Datum beschikking: 28 november 2025

Voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro

Beschikking op het op 25 juli 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.Z. Peters in Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.G. Jagesar in Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vader;
  • het verweerschrift, met bijlagen, namens de moeder.
De minderjarige [minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om zijn mening te geven over het verzoek, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt.
Op 31 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van:
  • [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 in
[geboorteplaats] .
  • De vader heeft [minderjarige] erkend.
  • De moeder is van rechtswege alleen met het gezag over [minderjarige] belast.
  • Bij beschikking van 16 mei 2025 van deze rechtbank – voor zover hier van belang –:
  • zijn de ouders doorverwezen voor deelname aan het traject ouderschapsbemiddeling;
  • is bepaald dat [minderjarige] bij de vader zal zijn:
- de ene week op zondag – voor het eerst op zondag 13 april 2025 – van 10.00 uur tot 19.00 uur, waarbij de moeder [minderjarige] naar de vader toebrengt en de vader [minderjarige] ’s avonds terugbrengt naar de moeder;
- de andere week op woensdagmiddag – voor het eerst op woensdag 16 april 2025 – van 12.00 uur tot 19.00 uur, waarbij de vader [minderjarige] bij school ophaalt en naar de moeder terugbrengt;
- is iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de proceskosten aangehouden tot 15 februari 2026 pro forma.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt bij wijze van voorlopige voorziening ex artikel 223 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv):
primair: de moeder te verbieden om naar [provincie] te verhuizen met [minderjarige] en indien en voor zover die verhuizing reeds is gerealiseerd, de moeder te bevelen terug te verhuizen naar het bij de rechtbank bekende adres of woonplaats en daarbij te bepalen dat de moeder een dwangsom aan de vader moet betalen van € 250,- per dag of per keer dat de moeder nalaat hieraan te voldoen, althans een zodanige dwangsom zoals de rechtbank gepast acht met bepaling van het maximum der dwangsommen;
subsidiair: dat de (voorlopige) omgangsregeling zoals vastgesteld in de beschikking van 16 mei 2025 wordt gewijzigd naar een regeling waarbij [minderjarige] bij de vader verblijft om de week van vrijdagmiddag tot zondagavond, waarbij de moeder [minderjarige] op vrijdag na school (of 15.00 uur als er geen school is) naar de vader brengt en hem op zondag om 17.30 uur bij de vader thuis ophaalt,
althans zodanige beslissingen te nemen die de rechtbank in goede justitie acht, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Ontvankelijkheid voorlopige voorziening
In een verzoekschriftprocedure kan een provisionele voorziening naar analogie van artikel 223 Rv Pro worden verzocht (Hoge Raad d.d. 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533).
Op grond van artikel 223 lid 1 Rv Pro kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Op grond van het tweede lid van dit artikel moet deze vordering samenhangen met de hoofdvordering. In de bodemprocedure (zaak- en rekestnummer C/09/663391 en FA RK 24-2051) heeft de vader verzocht om hem mede met het gezag over [minderjarige] te belasten en om een zorgregeling tussen hem en [minderjarige] vast te stellen. De rechtbank acht het verzoek van de vader voor een verbod verhuizing / bevel terugverhuizing dan wel een voorlopige omgangsregeling voldoende samenhangend met de verzoeken in het hoofdgeding.
Voor toewijzing van het verzoek voor de duur van de bodemprocedure is in het kader van artikel 223 Rv Pro slechts plaats indien naar het oordeel van de rechtbank een spoedeisend belang bestaat, in die zin dat van de verzoeker niet gevergd kan worden dat hij de afloop van de bodemprocedure afwacht. Daarnaast moet de rechtbank de belangen van de ouders afwegen tegen de achtergrond van de te verwachten resterende duur van de bodemzaak en van de proceskansen daarin.
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een spoedeisend belang, omdat de moeder in juni 2025 met [minderjarige] is verhuisd naar [provincie] . Deze verhuizing staat in de weg aan de uitvoering van de voorlopig vastgestelde omgangsregeling. De rechtbank zal daarom de vader ontvangen in zijn verzoek en overgaan tot de inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
Bevel terugverhuizing
De vader heeft op de zitting zijn verzoek, om de moeder te verbieden te verhuizen naar [provincie] of te bevelen terug te verhuizen, ingetrokken. De rechtbank hoeft daarom niet meer op dit verzoek te beslissen.
De rechtbank zal hierna het verzoek van de vader om een wijziging van de voorlopige omgangsregeling beoordelen.
Omgangsregeling
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter op verzoek van de ouders of één van hen een beslissing over de omgangsregeling of een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat daarna de omstandigheden zijn gewijzigd.
De rechtbank is van oordeel dat, nu gebleken is dat de moeder en [minderjarige] eind juni 2025 naar [plaats 1] in [provincie] zijn verhuisd, er sprake is van gewijzigde omstandigheden. De rechtbank zal de vader daarom ontvangen in zijn verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De aanmelding bij het traject ouderschapsbemiddeling was in eerste instantie niet gelukt, maar inmiddels zijn de ouders opnieuw aangemeld voor dit traject. Eind juni 2025 is de moeder met [minderjarige] naar [provincie] verhuisd. Uit de door de ouders overgelegde stukken blijkt dat de vader wel op de hoogte was van de wens van de moeder om naar [provincie] te verhuizen, maar dat de moeder hem geen concrete plannen heeft voorgelegd. De rechtbank begrijpt daarom dat de vader zich door de verhuizing overvallen voelde.
Het is de ouders niet gelukt om na de verhuizing afspraken te maken over de omgang tussen [minderjarige] en de vader. Sinds de verhuizing heeft de vader [minderjarige] niet meer gezien.
Op de zitting is besproken dat het door de lange afstand niet realistisch is om voor korte momenten omgang te hebben. Daarom hebben de ouders afspraken gemaakt voor een voorlopige omgangsregeling, waarbij de omgang wordt uitgebouwd naar een weekend met overnachting. De ouders verschilden daarbij van mening over wie [minderjarige] op de zondag terug naar [provincie] moet brengen. De rechtbank heeft daarbij de knoop doorgehakt en beslist dat de vader [minderjarige] terugbrengt. Hoewel de rechtbank vindt dat het in beginsel de verantwoordelijkheid van de moeder is om [minderjarige] te brengen en te halen, aangezien zij naar [provincie] is verhuisd, vindt de rechtbank het te veel van de moeder gevraagd om twee dagen achter elkaar heen en weer van [plaats 1] naar [plaats 2] te reizen.
Bij de afspraken over de omgang is rekening gehouden met de huidige treindienstregeling. De opbouw ziet er als volgt uit:
  • vanaf 8 november 2025 is [minderjarige] om de week op zaterdag bij de vader. De moeder brengt [minderjarige] naar station [station] omstreeks 12.30 uur en haalt hem daar om 17.50 uur weer op (trein van 17.57 uur).
  • vanaf 3 januari 2026 zal [minderjarige] bij de vader zijn van zaterdagmiddag tot zondagmiddag. De moeder brengt [minderjarige] naar station [station] omstreeks 12.30 uur. De vader brengt [minderjarige] op zondagmiddag rond 18.00 uur thuis in [plaats 1] (trein van 14.02 uur, voor het eten thuis).
De ouders hebben ook afgesproken dat de vader en [minderjarige] iedere woensdag om 14.00 uur zullen videobellen. De rechtbank zal de afspraken van de ouders vastleggen in de beslissing.
Verder is op de zitting besproken dat de huidige aanmelding voor het traject ouderschapsbemiddeling vanwege de verhuizing zal komen te vervallen. [minderjarige] staat immers niet meer ingeschreven in de [gemeente] , dus die gemeente zal het niet meer financieren. Omdat de ouders wel graag met elkaar onder begeleiding in gesprek willen over de openstaande geschilpunten, zullen zij in mediation gaan. Daar kunnen zij verder praten over een definitieve omgangsregeling en het gezag. Zij worden daarvoor via het mediationbureau van de rechtbank in contact gebracht met een geschikte mediator. Als de ouders (daarna) alsnog een traject ouderschapsbemiddeling willen volgen, kunnen zij zichzelf daarvoor aanmelden bij een aanbieder in [plaats 1] .

Beslissing

De rechtbank:
*
stelt vast dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] ;
voorlopigbij de vader zal zijn:
  • vanaf 8 november 2025: om de week op zaterdag. De moeder brengt [minderjarige] naar station [station] omstreeks 12.30 uur en haalt hem daar om 17.50 uur weer op (trein van 17.57 uur).
  • vanaf 3 januari 2026: van zaterdagmiddag tot zondagmiddag. De moeder brengt [minderjarige] naar station [station] omstreeks 12.30 uur. De vader brengt [minderjarige] op zondagmiddag rond 18.00 uur thuis in [plaats 1] (trein van 14.02 uur, voor het eten thuis);
en dat [minderjarige] en de vader op woensdag om 14.00 uur zullen videobellen;
*
verwijst partijen naar de voor hen bekende mediator;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 28 november 2025.