ECLI:NL:RBDHA:2025:25339

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
28 december 2025
Zaaknummer
C/09/663394 / FA RK 24-2053
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling van zorg- en opvoedingstaken tussen ouders na scheiding

In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 27 november 2025 een beschikking gegeven over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van de minderjarige [minderjarige 1] tussen de ouders, de vader en de moeder. De vader, vertegenwoordigd door mr. F.A. Buizer, heeft verzocht om een zorgregeling vast te stellen, waarbij [minderjarige 1] op bepaalde dagen en in de vakanties bij hem verblijft. De moeder, vertegenwoordigd door mr. I.J. Pieters, heeft verweer gevoerd en ook haar verzoek tot zorgverdeling ingediend. De rechtbank heeft de situatie van de ouders en de minderjarige in overweging genomen, waarbij de communicatie tussen de ouders als moeizaam werd ervaren. De rechtbank heeft besloten dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de moeder blijft, maar dat de vader meer betrokkenheid krijgt door middel van een zorgregeling die de woensdagen en de weekenden omvat. De rechtbank heeft ook de verdeling van vakanties en feestdagen vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met de schoolvakanties van de ouders en de andere kinderen van de vader. De rechtbank heeft benadrukt dat het in het belang van [minderjarige 1] is dat er rust en duidelijkheid komt in de zorgregeling, en dat beide ouders de mogelijkheid hebben om een hechte band met hem op te bouwen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-2053
Zaaknummer: C/09/663394
Datum beschikking: 27 november 2025

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 19 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres
advocaat: mr. F.A. Buizer te ’s-Gravenhage, (voorheen mr. M. Schreuders).
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. I.J. Pieters te Leiden.

Procedure

Bij beschikking van 16 mei 2025 van deze rechtbank zijn de ouders gezamenlijk met het gezag belast, is de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de moeder bepaald en is aan de moeder vervangende toestemming verleend, die de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige 1] in te schrijven bij de basisschool [school] te [plaats 1] . Iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken is aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het F9-formulier van 12 augustus 2025 van de vader, met bijlage;
  • het F9-formulier van 14 augustus 2025 van de moeder, met bijlage;
  • het F9-formulier van 17 oktober 2025 van de vader, met bijlage;
  • het aanvullend verweerschrift van de moeder van 21 oktober 2025.
Op 30 oktober 2025 is de behandeling op een zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Verzoek en verweer

De vader heeft zijn verzoek gewijzigd in die zin dat nog wordt verzocht om een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, waarbij [minderjarige 1] verblijft:
- op de woensdag uit school bij de vader tot 17:30 uur, waarbij de moeder [minderjarige 1] bij de vader ophaalt om 17:30 uur, met dien verstande dat dit tijdstip met elke verjaardag van [minderjarige 1] een kwartier opschuift;
  • drie weekenden per vier weken bij de vader, (twee even één oneven weekend), waarbij de vader [minderjarige 1] vrijdagmiddag uit school ophaalt en de moeder hem op zondag om 17:30 uur bij de vader ophaalt, met dien verstande dat dit tijdstip met elke verjaardag van [minderjarige 1] een kwartier opschuift;
  • op studiedagen bij de moeder, en in overleg bij de vader;
  • de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld conform onderstaand schema, waarbij voor zover mogelijk rekening wordt gehouden met het samenzijn van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ;
-
Voorjaarsvakantie: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
-
Meivakantie: in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;
-
Zomervakantie:drie weken bij de ene ouder en drie weken bij de andere ouder conform de tabel onder randnummer 2.5 in het lichaam, althans dat de weken waarbij [minderjarige 1] gedurende de zomervakanties bij de vader verblijft zoveel als mogelijk overeenkomen, althans overlappen, met de vakantieweken van regio Noord, indien de rechtbank van oordeel is dat de zomervakanties verdeeld dienen te worden in twee blokken van drie aaneengesloten weken;
-
Herfstvakantie: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
-
Kerstvakantie: in de even jaren de eerste week bij de vader, en de tweede week bij de moeder, in de oneven jaren andersom;
-
Kerstavond: bij de vader vanaf 13:00 uur;
-
Eerste kerstdag: bij de moeder vanaf 13:00 uur;
-
Tweede kerstdag: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
-
Oud en Nieuw: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader vanaf 13:00 uur tot de volgende dag 13:00 uur;
-
Kerstvakantie 2027: in de eerste week bij de vader, en de tweede week bij de moeder;
-
Goede vrijdag en Pasen:in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
-
Koningsdag: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
-
Hemelvaart en de vrijdag daarop: in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;
-
Pinksteren: in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;
-
Sinterklaas (5 december): in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;
-
Sint Maarten (11 november): in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
-
Verjaardag [minderjarige 1]: bij de ouder waar [minderjarige 1] conform de zomervakantieregeling verblijft;
-
Verjaardag ouder: bij de jarige ouder inclusief de opvolgende nacht;
-
Verjaardagen [minderjarige 3] en [minderjarige 2]: bij de vader;
-
Vaderdag: bij de vader;
-
Moederdag: bij de moeder inclusief de opvolgende nacht;
althans een zodanige zorgregeling vast te stellen, zoals de rechtbank juist acht;
en wordt verzocht te bepalen dat zowel de moeder als de vader aanwezig mogen zijn bij schoolactiviteiten, ongeacht bij wie de zorg ligt op het moment van de schoolactiviteit;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken en heeft haar verzoek gewijzigd, in die zin dat nog wordt verzocht om een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, waarbij [minderjarige 1] verblijft:
  • in de even weekenden bij de vader, waarbij de vader [minderjarige 1] op vrijdagmiddag om 12:00 uur van schoolt haalt en hem zondagavond om 18:00 uur naar de moeder brengt;
  • in de oneven weken op de woensdagmiddag bij de vader, waarbij de vader [minderjarige 1] om 12:15 uur van school haalt en hem om 18:00 uur bij de moeder brengt;
  • de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld conform onderstaand schema, waarbij geldt dat de vakantie loopt van zondagochtend om 10:00 uur tot zondagochtend om 10:00 uur, waarbij de moeder [minderjarige 1] naar de vader brengt en de vader [minderjarige 1] weer terugbrengt:
-
Herfstvakantie: in de even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
-
Kerstvakantie: in de even jaren in de eerste week bij de vader, de tweede week bij de moeder, in oneven jaren andersom;
-
Voorjaarsvakantie: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
-
Meivakantie: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
-
Zomervakantie: de eerste drie weken bij de vader, de laatste drie weken bij de moeder; in 2029 andersom;
-
Pasen en Goede Vrijdag:in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader, van vrijdag tot en met maandagavond;
-
Koningsdag:in de even jaren bij de moeder; in de oneven jaren bij de vader;
-
Hemelvaart + aansluitende vrijdag/weekend:in de even jaren bij de moeder; in de oneven jaren bij de vader, tenzij het in de meivakantie valt, dan conform de vakantieregeling;
-
Pinksteren: in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder, van zondagochtend tot en met maandagavond;
-
Intocht Sinterklaas:in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder, waarbij [minderjarige 1] het gehele weekend bij die ouder doorbrengt en de weekendregeling van de reguliere zorgregeling mogelijk wisselt;
-
Kerst:
-
Kerstavond + eerste kerstdag: in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;
-
Tweede kerstdag: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader, van 10:00 uur tot 11:00 uur op 27 december;
-
Oud en Nieuw: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
-
Moederdag: bij de moeder, waarbij [minderjarige 1] de dag voorafgaand aan Moederdag om 18:00 uur bij de moeder wordt gebracht;
-
Vaderdag: bij de vader, waarbij [minderjarige 1] de dag voorafgaand aan Vaderdag om 18:00 bij de vader wordt gebracht;
-
Verjaardag [minderjarige 1]: bij de ouder waar [minderjarige 1] conform de vakantieregeling verblijft, met een contactmoment voor de andere ouder;
-
Verjaardag moeder: bij de moeder, tot aan de volgende ochtend;
-
Verjaardag vader: bij de ouder waar [minderjarige 1] conform de vakantieregeling verblijft, met een contactmoment voor de vader indien [minderjarige 1] bij de moeder verblijft;
-
Overige verjaardagen van familie: bij de ouder waar [minderjarige 1] conform de reguliere zorgregeling verblijft, de verjaardag vieren in het weekend dat [minderjarige 1] bij die ouder is;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij de eerdere beschikking is overwogen en beslist, voor zover nu niet anders wordt overwogen of beslist.
Juridisch kader
Op grond van artikel 1:253a tweede lid onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van één van hen een zorgregeling vaststellen. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, is de rechtbank gebleken dat sprake is van een ingewikkelde situatie. [minderjarige 1] woont met de moeder in [plaats 1] . Zij is docente, waardoor zij gebonden is aan de schoolvakanties in de regio Midden. De vader woont in [plaats 2] en heeft twee andere kinderen uit een eerdere relatie, die gebonden zijn aan de schoolvakanties in de regio Noord. Hierdoor spelen verschillende belangen. De communicatie tussen de ouders verloopt op dit moment moeizaam en het lukt hen niet om afspraken te maken over de zorgregeling. Daarom is het positief dat zij sinds kort gesprekken met elkaar voeren onder begeleiding van [naam 2] . De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige 1] dat nu een beslissing over de zorgregeling wordt genomen, zodat rust en duidelijkheid ontstaat en de focus tijdens de gesprekken met [naam 2] kan komen te liggen op het gezamenlijk vormgeven van het ouderschap. De Raad heeft de ouders op de zitting daarnaast geadviseerd om ook individuele hulpverlening te zoeken om meer inzicht te krijgen in hun eigen aandeel in de situatie.
Reguliere zorgregeling
Gelet op de reistijd tussen de woonplaatsen van de ouders, is het voor [minderjarige 1] niet wenselijk om de zorg voor [minderjarige 1] 50/50 te verdelen. Dit heeft ertoe geleid dat in de tussenbeschikking beslist is dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de moeder is en dat hij in [plaats 1] naar school gaat. De vader wil graag een betrokken ouder zijn en een hechte band met [minderjarige 1] opbouwen. Dat is lastig, omdat [minderjarige 1] het grootste gedeelte van zijn tijd bij de moeder spendeert. Dat maakt dat er vooral op de woensdagen en in de weekenden ruimte is voor de vader om intensief contact met [minderjarige 1] te hebben. De vader wil daarom dat de huidige zorgregeling wordt uitgebreid. De moeder heeft daar tegenin gebracht dat ook zij de mogelijkheid wil hebben om vrije tijd met [minderjarige 1] te kunnen doorbrengen. Ook vindt zij het in het belang van [minderjarige 1] dat hij op de woensdagmiddag met vriendjes van school kan afspreken.
De rechtbank overweegt dat het aan de ene kant van belang is dat de vader de ruimte heeft om een hechte band op te bouwen met [minderjarige 1] , maar dat het ook belangrijk is dat [minderjarige 1] en de moeder samen vrije tijd kunnen doorbrengen. Alles overwegende, komt de rechtbank tot het oordeel dat [minderjarige 1] op alle woensdagmiddagen en in de even weekenden bij de vader zal zijn. Daarbij weegt de rechtbank mee dat de vader op de zitting heeft toegezegd dat hij [minderjarige 1] op de woensdagen ook in de gelegenheid zal stellen om met vriendjes af te spreken en kinderfeestjes te bezoeken. De weekenden zullen bij helfte worden verdeeld, zodat zowel de vader als de moeder de mogelijkheid hebben om dan leuke dingen met [minderjarige 1] te ondernemen. De rechtbank zal vaststellen dat [minderjarige 1] in de even weekenden bij de vader verblijft, omdat de andere kinderen van de vader dan ook bij hem zijn. De rechtbank gunt het [minderjarige 1] om een hechte band met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op te bouwen en wil hem die mogelijkheid bieden.
Ten aanzien van het halen en brengen overweegt de rechtbank dat beide ouders een deel van de reisbewegingen op zich zullen moeten nemen. De moeder heeft op de zitting naar voren gebracht dat het ophalen van [minderjarige 1] op de woensdagen lastig te combineren is met haar werk. De rechtbank zal daarom bepalen dat de vader [minderjarige 1] op de woensdagen naar de moeder brengt, en dat de moeder [minderjarige 1] op de even zondagen zal ophalen bij de vader.
Vakanties
De moeder heeft verzocht te bepalen dat de vakanties starten en eindigen op zondag om 10.00 uur. De vader heeft hiertegen geen verweer gevoerd, zodat de rechtbank dit verzoek als niet weersproken zal toewijzen.
Herfst- en voorjaarsvakantie
De ouders zijn het eens over de verdeling van de herfst- en voorjaarsvakantie, waarbij [minderjarige 1] in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader zal verblijven. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, nu niet is gebleken dat het belang van [minderjarige 1] zich hiertegen verzet.
Kerstvakantie en Kerst
De ouders zijn het in de basis eens over de verdeling van de kerstvakantie, waarbij [minderjarige 1] in de even jaren in de eerste week bij de vader verblijft, in de tweede week bij de moeder, en in de oneven jaren andersom. Tussen de ouders is echter in geschil waar [minderjarige 1] tijdens Kerst verblijft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de vader voldoende toegelicht dat het feest op kerstavond voor hem een belangrijke familietraditie is. De rechtbank overweegt dat het in het belang van [minderjarige 1] is dat hij jaarlijks kan deelnemen aan deze traditie en zal daarom bepalen dat [minderjarige 1] op kerstavond bij de vader is. Op eerste kerstdag zal [minderjarige 1] dan altijd bij de moeder zijn, zodat hij en de moeder ook in de gelegenheid worden gesteld om Kerst samen te vieren. De tweede kerstdag zal elk jaar worden afgewisseld, waarbij [minderjarige 1] die dag verblijft bij de ouder bij wie hij de eerste week van de kerstvakantie verblijft, zodat de wisselmomenten voor hem zoveel mogelijk beperkt blijven.
Meivakantie
Ten aanzien van de meivakantie zal de rechtbank uitgaan van de officiële vakantieweek en deze week per jaar laten afwisselen. Het is in het belang van [minderjarige 1] dat die verdeling synchroon loopt met de verdeling van de meivakantie die voor de andere kinderen van de vader geldt, zodat zij de vakantieweek gezamenlijk kunnen doorbrengen. [minderjarige 1] zal daarom gedurende de officiële vakantieweek in de even jaren bij de vader verblijven en in de oneven jaren bij de moeder. Indien de meivakantie uit twee weken bestaat, zal [minderjarige 1] de andere vakantieweek doorbrengen bij de ouder bij wie hij niet verblijft gedurende de officiële vakantieweek. Dat kan in sommige jaren tot gevolg hebben dat de moeder niet vrij is tijdens de vakantieweek die [minderjarige 1] bij haar verblijft. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders in die gevallen in onderling overleg zullen bepalen hoe de verdeling van de vakantie vormgegeven wordt, daarbij rekening houdend met de vakantiemogelijkheden van de moeder en de vakanties van de andere kinderen van de vader.
Zomervakantie
De ouders zijn het erover eens dat de zomervakantie bij helfte wordt verdeeld, maar hebben geen overeenstemming over de exacte invulling daarvan. De vader heeft naar voren gebracht dat hij graag zou zien dat [minderjarige 1] bij hem verblijft in de drie weken dat zijn andere kinderen ook bij hem zijn, zodat zij gezamenlijk op vakantie kunnen. De moeder heeft op de zitting aangegeven dat zij er niet aan hecht om drie aaneengesloten weken met [minderjarige 1] te kunnen doorbrengen. De rechtbank zal daarom het voorstel van de vader volgen, omdat zij het in het belang van [minderjarige 1] acht dat hij en de andere kinderen van de vader gezamenlijk met hem op vakantie kunnen.
Feestdagen en verjaardagen
De rechtbank overweegt dat het in het belang van [minderjarige 1] is dat sprake is van rust en regelmaat. Mede gelet op de lange reistijd, acht de rechtbank het daarom in zijn belang dat wisselmomenten zoveel mogelijk beperkt worden. De rechtbank zal bepalen dat ten aanzien van alle feestdagen, behoudens Kerst, en feestdagen en verjaardagen die in een vakantie vallen, de reguliere vakantieregeling doorloopt. Er is een aantal feestdagen dat (meestal) niet in een vakantie valt. Voor deze feestdagen zal de rechtbank bepalen dat [minderjarige 1] deze bij de ouder doorbrengt bij wie hij volgens de reguliere zorgregeling dat (aansluitende) weekend is.
Schoolactiviteiten
De vader wil graag aanwezig kunnen zijn bij de schoolactiviteiten van [minderjarige 1] , bijvoorbeeld als hulpouder. Op de zitting is besproken dat, zolang de verstandhouding tussen de ouders is zoals deze nu is, het niet in het belang van [minderjarige 1] is dat de ouders gelijktijdig bij schoolactiviteiten aanwezig zullen zijn. De rechtbank verlangt van beide ouders dat zij elkaar informeren als zij voornemens zijn om zich aan te melden voor een schoolactiviteit en dat zij de andere ouder hiervoor de ruimte geven. De rechtbank geeft de ouders mee dat zij hierover met [naam 2] verder in gesprek moeten gaan. Aangezien het op dit moment niet in het belang van [minderjarige 1] is dat beide ouders gelijktijdig aanwezig zijn op schoolactiviteiten, zal de rechtbank dit verzoek van de vader afwijzen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 16 mei 2025– :
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] bij de vader zal zijn:
  • op de woensdagen vanaf woensdagmiddag uit school tot 17.30 uur, waarbij de vader [minderjarige 1] uit school haalt en naar de moeder brengt;
  • in de even weekenden vanaf vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 17.30 uur, waarbij de moeder [minderjarige 1] bij de vader ophaalt;
bepaalt ten aanzien van de verdeling van de vakanties en feestdagen als volgt:
  • de vakanties lopen van zondagochtend 10.00 uur tot zondagochtend 10.00 uur, waarbij de moeder [minderjarige 1] naar de vader brengt, en de vader [minderjarige 1] naar de moeder brengt, en [minderjarige 1] verblijft:
  • herfstvakantie: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
  • kerstvakantie: in de even jaren in de eerste week bij de vader, in de tweede week bij de moeder, en in de oneven jaren andersom;
-
Kerstavond: bij de vader vanaf 13.00 uur tot 13.00 uur de volgende dag;
-
Eerste kerstdag: bij de moeder vanaf 13.00 uur tot 13.00 uur de volgende dag;
-
Tweede kerstdag: in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder vanaf 13.00 uur;
-
Oud en Nieuw: bij de ouder bij wie [minderjarige 1] die week verblijft volgens de vakantieregeling;
  • Voorjaarsvakantie: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
  • Meivakantie: in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder, waarbij geldt dat als de meivakantie uit twee weken bestaat, [minderjarige 1] de andere week verblijft bij de ouder bij wie hij de officiële vakantieweek niet heeft verbleven;
  • Zomervakantie:
-
2026: in week één bij de moeder, in week twee, drie en vier bij de vader, en week vijf en zes bij de moeder;
-
2027: de eerste drie weken bij de vader, de laatste drie weken bij de moeder;
-
2028: de eerste drie weken bij de moeder, de laatste drie weken bij de vader;
-
2029: in week één en twee bij de moeder, in week drie, vier en vijf bij de vader, in week zes bij de moeder;
-
2030: de eerste drie weken bij de moeder, de laatste drie weken bij de vader;
en voor zover deze dagen niet in een vakantie vallen:
  • Goede vrijdag: vanaf 10.00 bij de ouder bij wie [minderjarige 1] conform de reguliere zorgregeling het aansluitende weekend verblijft;
  • Pasen: bij de ouder bij wie [minderjarige 1] conform de reguliere zorgregeling dat weekend verblijft;
  • Hemelvaart: vanaf 10.00 bij de ouder bij wie [minderjarige 1] conform de reguliere zorgregeling het aansluitende weekend verblijft tot zondagavond 17.30 uur;
  • Pinksteren: bij de ouder bij wie [minderjarige 1] conform de reguliere zorgregeling dat weekend verblijft;
  • Overige feestdagen en verjaardagen: bij de ouder bij wie [minderjarige 1] conform de reguliere zorgregeling verblijft;
en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 27 november 2025.