ECLI:NL:RBDHA:2025:2527
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag wegens prematuur ingebrekestelling
Eiser heeft op 31 mei 2023 een asielaanvraag ingediend. Nederland werd op 11 februari 2024 verantwoordelijk voor de behandeling van deze aanvraag, waardoor de wettelijke beslistermijn van zes maanden op 11 augustus 2024 zou eindigen. De minister heeft deze termijn echter met negen maanden verlengd op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen.
De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is. Eiser heeft echter op 4 september 2024 een ingebrekestelling ingediend, welke prematuur was omdat de verlengde termijn nog niet was verstreken. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb voor een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting. Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.